Belastingschijven 2026
Ondernemers betalen belasting over hun winst via de aangifte inkomstenbelasting. Hoeveel belasting een ondernemer betaalt, hangt af van de hoogte van de behaalde winst. En van de geldende belastingregels en tarieven voor dat jaar. Deze worden ieder jaar herzien en ook voor 2026 verandert er weer het een en ander. Je leest hier wat de belastingschijven en -tarieven in 2026 zijn.
Hoe werkt het Nederlandse belastingstelsel?
Voordat we ingaan op de belasting in 2026, leggen we eerst kort uit hoe het belastingstelsel in Nederland werkt.
Nederland heeft een progressief belastingstelsel, dat bestaat uit drie boxen:
- Box 1: inkomen uit werk en woning
- Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang
- Box 3: inkomen uit sparen en beleggen
De hoogte van je inkomen bepaalt hoeveel belasting je betaalt. Box 1 en 2 zijn opgedeeld in meerdere schijven. Over het inkomen dat in de eerste schijf valt, betaal je het tarief dat voor die schijf geldt. Over het deel dat in de hogere schijf valt, betaal je een hoger tarief. Oftewel: hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je betaalt.
Iedereen in Nederland kan jaarlijks vanaf 1 maart tot 1 mei aangifte inkomstenbelasting doen over het inkomen uit het jaar ervoor. Je doet dus in 2027 aangifte over het inkomen uit 2026. Je bent als ondernemer verplicht om belastingaangifte te doen, omdat je niet automatisch belasting betaalt over je behaalde winst – je moet je inkomen zelf doorgeven en de verschuldigde inkomstenbelasting zelf afdragen.
Voor ondernemers wordt aangeraden ongeveer 40% van de behaalde winst opzij te zetten voor de inkomstenbelasting. Zo weet je zeker dat je de verschuldigde belasting kan betalen. Je kan beter te veel dan te weinig apart houden. Wat je dan overhoudt, is mooi meegenomen.
Belastingtarieven 2026
Hieronder komen alle belastingschijven- en tarieven in 2026 uitgebreid aan bod, evenals de heffingskortingen en aftrekposten voor ondernemers. Net als ieder jaar staan er weer wat veranderingen in het belastingstelsel op de planning. Daarom is het verstandig je hier goed in te verdiepen.
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
In box 1 betaal je belasting over je inkomen uit werk en woning. Hieronder vallen verscheidene soorten van inkomen. Een paar voorbeelden zijn:
- Loon
- Pensioen
- Uitkering
- Winst uit onderneming
- Fooi
- Stagevergoeding
- Alimentatie
- Eigenwoningforfait
- Buitenlandse inkomsten
- Inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter
Je inkomen uit loondienst wordt automatisch aan de Belastingdienst doorgegeven. Je winst als ondernemer daarentegen niet – je moet die zelf opgeven.
Belastingschijven – en tarieven in 2026
Sinds 2025 bestaat box 1 uit drie schijven, daarvoor werd deze box opgedeeld in twee schijven. Over het inkomen dat in de eerste schijf valt, betaal je minder belasting dan over het inkomen dat in de tweede schijf valt en over het inkomen dat in de derde schijf valt betaal je het hoogste belastingtarief.
In 2026 betaal je over een inkomen tot € 38.883 35,75% belasting. De inkomensgrens is ten opzichte van 2025 iets verhoogd en het tarief verlaagd. Over een inkomen tussen € 38.883 en € 78.426 betaal je 37,56% belasting (37,48% in 2025). Schijf 3 is voor inkomens hoger dan € 78.426. Hierover betaal je net als in 2025 een tarief van 49,50%.
Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, gelden andere belastingtarieven. In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar. Zie ‘Belastingschijven 2026 AOW-gerechtigden'.
De belastingschijven en -tarieven in box 1 voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, zien er in 2026 dan als volgt uit:
| Belastingschijven | Inkomen | Het te betalen percentage belasting |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Inkomen tot €38.883 | 35,75% |
| Schijf 2 | Inkomen van €38.883 tot €78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | Inkomen hoger dan €78.426 | 49,50% |
Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)
Iedereen in Nederland betaalt de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB). Deze verplichte bijdrage bestaat uit een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zwv) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze bijdrage wordt automatisch ingehouden als je salaris ontvangt van een werkgever. Ondernemers staan dit bedrag zelf af wanneer ze aangifte inkomstenbelasting doen.
Hoeveel IAB je moet betalen, hangt af van je inkomen. Hiervoor wordt er gekeken naar het soort inkomen dat je hebt (bijvoorbeeld loon, pensioen of uitkering) en hoeveel inkomen je ontvangt. Daarnaast is er een grensinkomen, het maximum-bijdrage-inkomen. Tot dat bedrag wordt er maximaal IAB berekend.
In 2026 is het percentage dat je aan IAB betaalt op basis van je bijdrage-inkomen 4,85%. Het maximum-bijdrage-inkomen is € 79.412 in 2026. Voor de Wlz-bijdrage is de premie 9,65% in 2026. Je betaalt deze premie tot een inkomen van € 38.883, de inkomensgrens van schijf 1 in box 1.
Box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang
In box 2 betaal je belasting over je inkomen uit aanmerkelijk belang. Het gaat om inkomsten als dividend en indirecte belangen. Je hebt aanmerkelijk belang als je direct of indirect minimaal 5,0% van de aandelen, winstbewijzen, genotsrechten of stemrechten in een vennootschap hebt. Of als je minstens 5,0% van het stemrecht in een coöperatie of coöperatieve vereniging bezit.
Box 2 is opgedeeld in twee schijven. In 2026 gaat de inkomensgrens voor schijf 1 omhoog van € 67.804 (2025) naar € 68.843. Je betaalt hierover 24,5% belasting, hetzelfde tarief als in 2025. Schijf 2 geldt voor inkomens vanaf € 68.843. Hierover betaal je een belastingpercentage van 31,0% in 2026.
Heb je een fiscaal partner? Dan moet je het belang van jouw partner bij je eigen belang optellen.
| Belastingschijven | Inkomen | Het te betalen percentage belasting |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Inkomen tot €68.843 | 24,5% |
| Schijf 2 | Inkomen hoger dan €68.843 | 31,0% |
Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
De laatste box voor de inkomstenbelasting is box 3. Deze box draait om het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Hierbij wordt er belasting geheven over het rendement dat je doorgaans opbouwt over je vermogen. Daarom heet deze belasting ook wel vermogensbelasting.
Onder inkomen uit sparen en beleggen vallen onder meer de volgende bezittingen:
- Het saldo op particuliere betaal- en spaarrekeningen. Zakelijke rekeningen tellen niet mee.
- Beleggingen, obligaties, winstbewijzen en crypto
- Een tweede woning
Voor een deel van je groene beleggingen en groene spaartegoeden geldt een vrijstelling. Deze vrijstelling en heffingskorting vervallen per 2027 volledig.
In box 3 verwerk je ook eventuele schulden. Sommige schulden kan je vanaf een bepaalde drempel aftrekken van je belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
Fictief rendement 2026
Voor de belastingheffing in box 3 wordt gewerkt met een fictief rendement, ook wel forfaitair rendement genoemd. Dit houdt in dat de Belastingdienst uitgaat van een geschatte opbrengst. Er wordt gewerkt met aparte fictieve rendementen: een voor banktegoeden, een voor beleggingen en overige bezittingen, en een voor schulden. Sinds 2026 vallen onder ‘beleggingen en overige bezittingen' ook huurinkomsten en voordelen uit eigen gebruik van onroerende goederen.
Hieronder staat wat de fictieve rendementen zijn in 2026. De informatie wordt aangevuld zodra er meer bekend is.
- Banktegoeden: 1,28%
- Beleggingen en overige bezittingen: 6,00%
- Schulden: 2,70%
Let op: voor de categorieën banktegoeden en schulden gaat het om voorlopige fictieve rendementen. Deze rendementen worden begin 2027 vastgesteld.
Over de fictieve rendementen wordt vervolgens 36% belasting geheven, hetzelfde percentage als in de jaren ervoor. Dit gebeurt over het opgebouwde vermogen dat boven het zogeheten heffingsvrije vermogen valt. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357.
Heffingsvrij vermogen
Je kan in Nederland tot een bepaald bedrag sparen of beleggen zonder dat je daar belasting over hoeft te betalen. In 2026 gaat het heffingsvrije vermogen met bijna tweeduizend euro omhoog. In 2025 was het heffingsvrij vermogen € 57.684. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357. Wanneer je met je vermogen boven dat bedrag uitkomt, betaal je belasting in box 3 over het deel dat boven de grens valt. Door de verhoging van het heffingsvrij vermogen kan je in 2026 meer belastingvrij sparen en beleggen.
Je betaalt in 2026 minder snel belasting over je opgebouwde vermogen. Het heffingsvrij vermogen is namelijk verhoogd van € 57.684 naar € 59.357.
Werkelijk rendement box 3
In box 3 wordt nu dus gerekend met fictieve rendementen. Daar moet vanaf 2028 veranderingen in komen met hervormingen van box 3. Er zou dan belasting geheven moeten worden over de werkelijke inkomsten die je hebt behaald uit je vermogen, en niet over fictieve inkomsten. Wie een laag rendement heeft betaald, betaalt dan minder belasting dan iemand die een hoog rendement heeft behaald.
Belastingschijven 2026 AOW-gerechtigden
Als je de AOW-leeftijd hebt bereikt, betaal je een lager tarief in schijf 1 van box 1. Dit komt doordat je dan geen AOW-premies meer hoeft af te staan en dus minder premie volksverzekeringen betaalt.
In de onderstaande tabel staan de aangepaste belastingtarieven voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt in 2026:
| Belastingschijven | Inkomen | Het te betalen percentage belasting |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Inkomen tot €38.883* | 17,85%** |
| Schijf 2 | Inkomen van €38.883 tot €78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | Inkomen hoger dan €78.426 | 49,50% |
Belastingtarief wanneer je in 2026 de AOW-leeftijd behaalt**
Als je de AOW-leeftijd nog niet bereikt hebt, geldt er een aangepast tarief voor schijf 1 op basis van de maand waarin je de pensioenleeftijd bereikt. Hieronder staat weergegeven wat voor schijf 1 in die situatie het te betalen belastingpercentage is. Voor schijf 2 en 3 gelden dezelfde tarieven als voor mensen die nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt. Oftewel: vanaf een inkomen van € 38.883 tot en met € 78.426 is het belastingtarief 37,56% en vanaf € 78.426 49,50%.
| Maand waarin de AOW-leeftijd is bereikt | Het te betalen percentage belasting in schijf 1 |
|---|---|
| Januari | 17,85% |
| Februari | 19,34% |
| Maart | 20,83% |
| April | 22,33% |
| Mei | 23,82% |
| Juni | 25,31% |
| Juli | 26,80% |
| Augustus | 28,29% |
| September | 29,78% |
| Oktober | 31,28% |
| November | 32,77% |
| December | 34,26% |
Heffingskortingen
Er wordt in Nederland gewerkt met heffingskortingen. Dit zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Je betaalt hierdoor minder belasting en premies. Niet iedereen heeft hier recht op. Hoe dit zit, wie voor welke korting in aanmerking komt en wat de heffingskorting in 2026 is, leggen we hieronder uit.
Algemene heffingskorting (AHK)
Iedereen in Nederland heeft recht op algemene heffingskorting (AHK). Dit is een korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, waardoor je minder belasting en premies betaalt. De korting wordt automatisch verrekend.
Hoeveel AHK je krijgt, hangt af van je leeftijd en of je het hele jaar in Nederland woonde. De maximale AHK is € 3.115 in 2026, net iets meer dan in 2025 (€ 3.068). Vanaf een verzamelinkomen van € 29.736 wordt de korting afgebouwd met 6,398%.
Arbeidskorting
Iedereen die werkt heeft recht op arbeidskorting. Deze korting gaat af van het bedrag dat je aan inkomstenbelasting en Zvw-premie moet betalen. Je hoeft de korting niet zelf te berekenen, dat wordt al automatisch voor jou gedaan.
De maximale arbeidskorting is € 5.712 in 2026 (€ 5.599 in 2025). Vanaf een inkomen van € 45.593 wordt de korting afgebouwd met 6,51%.
Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)
Een ouder kan in aanmerking komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Je kind is op 1 januari jonger dan 12 jaar;
- Je kind staat minstens 6 maanden in een kalenderjaar bij de gemeente ingeschreven op jouw woonadres;
- Je hebt geen of minder dan 6 maanden een fiscaal partner. Als je langer dan 6 maanden een fiscaal partner hebt, moet je een lager arbeidsinkomen dan de fiscale partner hebben;
- Je hebt een inkomen van minimaal € 6.239 in 2026.
De exacte hoogte van de inkomensafhankelijke combinatiekorting hangt af van het inkomen van de ouder. De maximale IACK die je in 2026 kan ontvangen is € 3.032. Voor mensen met een inkomen tussen € 6.239 en € 32.170 wordt de IACK in 2026 als volgt berekend: 11,45% x (arbeidsinkomen – € 6.239. Vanaf een inkomen van € 32.170 is de korting € 3.032.
Ouderenkorting en alleenstaandeouderenkorting
Wanneer je AOW-gerechtigd bent, heb je recht op ouderenkorting. De ouderenkorting is maximaal € 2.067 (€ 2.035 in 2025) voor een verzamelinkomen tot € 46.002. Boven dit inkomen wordt de ouderenkorting als volgt berekend: € 2.067 – 15% x (verzamelinkomen – € 46.002).
Alleenstaande ouderen hebben naast de ouderenkorting ook recht op alleenstaandeouderenkorting. In 2026 is de alleenstaandeouderenkorting € 540 (€ 531 in 2025).
Ontvang de nieuwsbrief van Onderneming.nl.
Aftrekposten voor ondernemers
Ondernemers kunnen recht hebben op bepaalde aftrekposten om hun belastbare inkomen te verlagen. Je betaalt hierdoor minder inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hieronder lichten we de drie bekendste aftrekposten uit.
Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt geleidelijk afgebouwd naar € 900 in 2027. In 2026 daalt de zelfstandigenaftrek van € 2.470 (2025) naar € 1.200. Ondernemers hebben in 2026 dus recht op minder dan de helft van de zelfstandigenaftrek.
Je komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek als je voldoet aan de volgende voorwaarden:
- Je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting
- Je voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur
Startersaftrek
De starteraftrek komt bovenop de zelfstandigenaftrek. In 2026 is de startersaftrek € 2.123, net als in 2025. Je hebt hier recht op als je:
- Recht hebt op de zelfstandigenaftrek en dus aan het urencriterium voldoet;
- Een echte starter bent. Je bent in de voorgaande 5 jaren minimaal één jaar geen ondernemer voor de inkomstenbelasting geweest;
- De startersaftrek in de voorgaande 5 jaren niet meer dan twee keer hebt toegepast.
Je mag maximaal drie keer van de startersaftrek gebruikmaken.
Mkb-winstvrijstelling
De mkb-winstvrijstelling wordt niet gewijzigd. In 2026 is de mkb-winstvrijstelling 12,7%, net als in 2025. Iedere ondernemer voor de inkomstenbelasting heeft hier recht op.
Veranderingen 2026
In 2026 worden er weer een aantal veranderingen doorgevoerd in het belastingstelsel. Hieronder staan de veranderingen op een rij (de informatie wordt nog aangevuld):
- De inkomensgrens voor schijf 1 van box 1 gaat omhoog naar € 38.883 en het tarief omlaag naar 35,75%;
- Schijf 1 van box 1 loopt in 2026 tot een inkomen van € 78.426 met een tarief van 37,56%;
- De inkomensgrens voor schijf 1 van box 2 gaat omhoog naar € 68.843;
- Het fictief rendement voor beleggingen en overige bezittingen stijgt tot 6,00%;
- Het voorlopige fictieve rendement voor banktegoeden daalt naar 1,28%;
- Het voorlopige fictieve rendement voor schulden stijgt naar 2,70%.
- Het heffingsvrij vermogen stijgt van € 57.684 (2025) naar € 59.357 (2026);
- De algemene heffingskorting gaat omhoog naar maximaal € 3.115;
- De arbeidskorting stijgt tot maximaal € 5.712;
- De inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat omhoog van € 2.986 in 2025 naar € 3.032 in 2026;
- De ouderenkorting stijgt van € 2.035 in 2025 naar € 2.067 in 2026;
- De alleenstaandeouderenkorting gaat omhoog van € 531 in 2025 naar € 540 in 2026;
- De zelfstandigenaftrek wordt verlaagd naar € 1.200;
Boekhoudprogramma vergelijken?
Eenvoudig en snel aangifte inkomstenbelasting doen? Maak dan gebruik van een boekhoudprogramma. Vergelijk hier alle aanbieders en kies het beste boekhoudpakket voor jouw bedrijf!
Vergelijk zelf
Veelgestelde vragen
Je kan vanaf 1 maart belastingaangifte doen over je inkomen uit het vorige jaar. Je hebt tot 1 mei de tijd om de aangifte in te dienen.
Je kan in 2026 tot € 59.357 belastingvrij sparen. Dat is iets meer dan in 2025. Toen was het heffingsvrij vermogen nog € 57.684.
In 2026 is de zelfstandigenaftrek € 1.200. Dat is minder dan de helft ten opzichte van 2025 (€ 2.470).