Onafhankelijke informatie over ondernemen. Wij zijn geen financiële instelling of bank.
Zoeken

Minder zzp’ers in de zorg door strengere controles schijnzelfstandigheid

minder zzp'ers in de zorg

Milou Ros is werkzaam als financieel tekstschrijver. Zij schrijft teksten voor verschillende websites in de financiële dienstverlening en heeft een Bachelor Journalistiek van Hogeschool Windesheim te Zwolle behaald.

Leestijd 3 minuten 12 augustus 2025

Steeds meer zzp’ers in de zorg stoppen en steeds minder betreden de branche. Dat blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel (KvK) over de afgelopen 9 maanden. Eén van de oorzaken is de strengere controle op schijnzelfstandigheid onder zzp’ers.

De afname vindt vooral plaats binnen de categorieën thuiszorg, kinderopvang en overige paramedische praktijken en alternatieve genezers. In de thuiszorg verdwenen per saldo 2.570 zzp’ers, een daling van 7,8%. Binnen de kinderopvang daalde het aantal zzp’ers met 10% (1.378) en de laatste categorie, waaronder ook ziekenhuisverpleegkundigen vallen, zag per saldo 1.606 zzp’ers vertrekken (2,9%).

Minder starters, meer stoppers

De KvK vergeleek de cijfers in de periode van november 2024 tot en met juli 2025 met de cijfers in diezelfde periode een jaar eerder. Waar er tussen november 2023 en juli 2024 nog 3.151 zzp’ers in de thuiszorg begonnen, is het aantal starters nu met 51% gedaald naar 1.542. In de kinderopvang is de afname eveneens 51%, van 1.073 naar 521. Binnen de overige paramedische praktijken en alternatieve genezers gaat het om een afname van 44%, van 4.274 naar 2.637.

Tegelijkertijd is het aantal zzp’ers dat stopte flink toegenomen. Het aantal gestopte thuiszorg-zzp’ers is met 94% toegenomen van 2.045 naar 3.974. Binnen de kinderopvang is het aantal stoppers gestegen van 948 naar 1.680 (77%). Binnen de categorie met verpleegkundigen is de toename van het aantal stoppers het minst maar nog steeds sterk toegenomen: van 2.645 naar 4.302 (63%).

Zorgen over schijnzelfstandigheid

Vóór 2025 werd er niet gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Alleen als er sprake was van kwaadwillendheid, kon de Belastingdienst straffen opleggen. Maar sinds 1 januari 2025 wordt er wel weer gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Dit leidt tot onrust onder zelfstandigen en bedrijven die met zzp’ers werken, vooral binnen branches waar zzp’ers door bepaalde omstandigheden of constructies minder zelfstandig aan de slag kunnen.

Joris Knoben, hoogleraar Strategie en Ondernemerschap aan de Tilburg School of Economics and Management, vertelt aan de KvK dat de ontwikkeling rondom zzp’ers sterk branche-specifiek zijn. “Branches waar het aantal zzp’ers daalt worden gekenmerkt door grote zorgen over schijnzelfstandigheid, zoals de thuiszorg, en/of door beslissingen van opdrachtgevers om niet meer met zzp’ers te werken, zoals de kinderopvang”, aldus Knoben.

Knoben geeft aan dat er ook zorg-branches zijn waar het aantal zzp’ers nog steeds groeit. Het gaat onder meer om een stijging van het aantal psychologen en tandartspraktijken. Er is volgens Knoben sprake van een gedifferentieerd beeld. “Al met al onderstreept dit het belang van een genuanceerde kijk op de ontwikkelingen rondom zzp’ers.”

Ontwikkelingen in 2026

Voor de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) betekent is 2025 een overgangsjaar. Bedrijven krijgen nu na een controle de kans om hun bedrijfsvoering aan te passen en krijgen soms een naheffingsaanslag opgelegd. Er worden nog geen boetes uitgedeeld. Maar daar komt vanaf 2026 verandering in.

Knoben verwacht dat de huidige trend van grote verschillen in de ontwikkelingen per branche zich tot zeker 2026 zal doorzetten “omdat de Belastingdienst vanaf dat jaar weer echt gaat handhaven op schijnzelfstandigheid”. Volgens hem zal in de periode daarna veel afhangen van de keuzes die een nieuw kabinet gaat maken.

Er wordt intussen gewerkt aan een nieuwe wet die de Wet DBA moet vervangen: de Wet VBAR. Deze nieuwe wet zal meer duidelijkheid moeten scheppen voor zelfstandigen en organisaties die met hen werken. Aan de hand van verscheidene criteria wordt dan bepaald wanneer iemand wel en wanneer iemand geen ondernemer is. Hiermee wil de overheid schijnzelfstandigheid tegengaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Interessant voor jou

Vergelijk producten ... producten geselecteerd
Vergelijk producten