Bijgewerkt:

Uber‑chauffeurs zijn toch zzp’ers, oordeelt gerechtshof

Passagier die auto instapt

Het gerechtshof Amsterdam heeft bepaald dat chauffeurs die via Uber rijden geen werknemers zijn, maar als zelfstandige ondernemers werken. Daarmee draait het hof de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2021 terug, waarin FNV nog gelijk kreeg en Uber‑chauffeurs onder de taxi‑cao zouden vallen. Uber ging in hoger beroep, en krijgt nu alsnog gelijk. De zaak speelde al sinds 2020 en draaide om de vraag of Uber feitelijk als werkgever optreedt.

Geen werkgeversgezag

Volgens het hof past de manier waarop chauffeurs hun werk uitvoeren niet binnen een klassieke arbeidsovereenkomst. Chauffeurs investeren zelf in hun auto, bepalen zelf wanneer ze werken en dragen ook zelf de financiële risico’s van hun activiteiten. Dat Uber via de app ritten toewijst en prijzen bepaalt, is volgens de rechters onvoldoende om te spreken van werkgeversgezag.

Het hof verwijst daarbij naar eerdere vragen die zijn gesteld aan de Hoge Raad, die begin 2025 al oordeelde dat platformwerk niet automatisch onder een arbeidsovereenkomst valt en dat de beoordeling altijd afhankelijk is van de omstandigheden van het individuele geval. Die lijn trekt het hof nu door: de zes chauffeurs die in deze procedure met Uber meededen, zijn volgens de rechters zelfstandigen

FNV teleurgesteld en onderzoekt vervolgstappen

Vakbond FNV reageert teleurgesteld en benadrukt dat de uitspraak alleen geldt voor de chauffeurs die in deze zaak centraal stonden. Volgens de bond blijft het noodzakelijk om per chauffeur te beoordelen of sprake is van schijnzelfstandigheid. FNV overweegt cassatie bij de Hoge Raad en sluit individuele procedures niet uit.

De bond wijst er bovendien op dat in andere landen anders wordt geoordeeld. In het Verenigd Koninkrijk worden Uber‑chauffeurs bijvoorbeeld als werknemers gezien, terwijl Spanje platformbedrijven verplicht om bezorgers in dienst te nemen. 

Gevolgen voor de platformsector

De uitspraak is relevant voor andere platformbedrijven die met zelfstandigen werken, zoals Bolt, Flink en maaltijdbezorgplatforms. De vraag wanneer iemand ondernemer, en wanneer werknemer is, blijft daarmee actueel. Voor ondernemers in de platformeconomie biedt de uitspraak van het gerechtshof enige duidelijkheid, maar ook onzekerheid: de beoordeling blijft afhankelijk van de feiten per individuele werkende. Nieuwe procedures zijn dus niet uitgesloten, zeker nu het kabinet werkt aan strengere regels rond schijnzelfstandigheid