Armoede onder werkenden gestegen, zzp’ers vaker arm dan werknemers en zmp’ers
De armoede is in 2024 gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Ook blijken zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) vaker arm dan werknemers en zelfstandigen met personeel (zmp’ers).
Van de 17,5 miljoen mensen in Nederland maakten 551.000 mensen deel uit van een arm huishouden in 2024 (3,1% van de bevolking). Dat is een stijging ten opzichte van 2023, toen het armoedepercentage 2,7% was. Onder de 8,5 miljoen werkenden in 2024, leefde 2% (175.000 werkenden) onder de armoedegrens.
Een huishouden en de mensen die er deel van uitmaken zijn volgens deze meting arm als er na het betalen van de vaste lasten aan wonen, energie en zorg te weinig middelen overblijven voor de andere basisbehoeften. De armoedegrens is vastgesteld op basis van de uitgavenposten die iemand minimaal nodig heeft om volwaardig in de samenleving mee te kunnen doen. Per huishoudenstype verschilt de armoedegrens.
Meer langdurige armoede onder zzp’ers
Zzp’ers waren in 2024 met 4,4% ruim twee keer zo vaak arm als zmp’ers en werknemers, tonen de cijfers. Niet alleen armoede komt onder zzp’ers vaker voor dan bij werknemers en zmp’ers. Ook langdurige armoede speelt bij zelfstandigen vaker. In 2024 leefde 1,1% van de zzp’ers al 3 jaar of langer in een arm huishouden, tegenover 0,4% van de zmp’ers en 0,2% van de werknemers.
Al met al concludeert het CBS dat 30.000 werkenden in 2024 in een langdurig arm huishouden leefden. Dat is 1.500 meer huishoudens dan in 2023. Hoewel het aantal is toegenomen, ligt het aantal arme huishoudens nog steeds aanzienlijk lager dan in 2020, toen 46.000 huishoudens in armoede leefden.
Groot inkomenstekort onder zelfstandigen
Arme zelfstandigen met en zonder personeel hadden in 2024 een groter inkomenstekort dan werknemers in loondienst, blijkt uit de cijfers van het CBS. Het inkomen van arme werkenden lag in 2024 gemiddeld 25% onder de armoedegrens, de helft van hen had een inkomen dat meer dan 25% onder de armoedegrens ligt.
Onder zmp’ers was dit inkomenstekort met 37% het grootst, gevolgd door arme zzp’ers met 33%. Onder arme werknemers in loondienst gaat het om 22%. Gemiddeld lag het inkomenstekort van alle armen in 2024 19% onder de armoede grens. Daarnaast concludeert het CBS dat arme werkenden gemiddeld meer inkomen tekort kwamen in 2024 dan mensen met een andere inkomstenbron, zoals een uitkering.