Brussel wil Europese industrie beschermen met ‘Made-in-Europe-plan’
De Europese Commissie wil dat overheden binnen de EU vaker producten kopen die in Europa zijn gemaakt. In een langverwacht wetsvoorstel staat dat publieke aanbestedingen meer gericht moeten worden op Europese productie, vooral in belangrijke sectoren zoals elektrische auto’s en groene technologie.
Het doel van het zogeheten ‘Made-in-Europe-plan’ is het versterken en verduurzamen van de Europese industrie, zodat Europa niet wordt weggeconcurreerd door China of de Verenigde Staten. De Europese Commissie wil de Europese maakindustrie een boost geven en tegelijkertijd minder afhankelijk worden van buitenlandse productie. De Industrial Accelerator Act (IAA), waarin de made in Europe-plannen staan, werd al drie keer uitgesteld en is gisteren gepresenteerd door de Europese Commissie.
Strategische sectoren beschermen
De nieuwe made in Europe-regels moeten in ieder geval gaan gelden voor de autosector, groene technologie en de zware industrie. Deze sectoren hebben te maken met verschillende uitdagingen. Hoge energieprijzen, geopolitieke spanningen en toenemende concurrentie uit andere delen van de wereld zetten Europese bedrijven onder druk.
Met name China speelt daarbij een grote rol. Europese markten worden overspoeld met goedkope producten uit China, waardoor Europese fabrikanten steeds moeilijker kunnen concurreren. Volgens Europees klimaatcommissaris Wopke Hoekstra heeft China met “oneerlijke handelspraktijken” de eerlijke concurrentie ondermijnd. “We moeten harder opkomen voor onze eigen belangen,” aldus Hoekstra.
Europese elektrische auto’s
Een opvallend onderdeel van het voorstel is dat elektrische auto’s die met overheidsgeld worden gekocht voortaan in Europa moeten worden geproduceerd. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat Chinese merken, zoals BYD, buiten de boot vallen bij aanbestedingen en subsidies van Europese overheden.
Daarnaast moet een deel van de onderdelen van deze voertuigen uit de EU komen. Brussel wil zo voorkomen dat Europees belastinggeld indirect buitenlandse industrieën ondersteunt. Volgens de Europese Commissie is de maatregel nodig omdat Europese fabrikanten steeds vaker moeten concurreren met goedkopere alternatieven uit China of de VS.
Groene technologie moet vaker uit Europa komen
De nieuwe regels zijn niet alleen bedoeld voor elektrische auto’s. Ook bij investeringen van overheden in duurzame technologie moet vaker voor Europese productie worden gekozen. Het voorstel richt zich onder meer op batterijen, zonne- en windparken, warmtepompen en kernenergieprojecten.
Bovendien wil Brussel buitenlandse investeringen in deze sectoren beperken. Grote investeringen van meer dan 100 miljoen euro zouden alleen toegestaan zijn als minimaal de helft van de werknemers van het betrokken bedrijf uit de EU komt.
Strengere eisen voor staal, aluminium en cement
De Europese Commissie wil daarnaast dat industriële materialen duurzamer worden geproduceerd wanneer ze via overheidsgeld worden ingekocht. Zo moeten staal en aluminium dat in de bouw en de auto-industrie zijn aangekocht met overheidsgeld vanaf 2029 voor 25% zonder uitstoot zijn gemaakt. Voor cement is dat 5%. Een deel van het cement en aluminium moet bovendien binnen de EU worden gemaakt.
Discussie tussen EU-landen
Het wetsvoorstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten, en dat proces belooft politiek gevoelig te worden. Zo is Frankrijk een uitgesproken voorstander van het stimuleren van de Europese productie. Duitsland en een aantal andere lidstaten staan daar sceptischer tegenover en vrezen dat strengere regels producten veel duurder maken, vooral in de auto-industrie.
Landen met nauwe banden met de EU, zoals het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Canada, hebben zorgen geuit over mogelijke handelsbeperkingen. Maar het voorstel bevat wel een opening voor landen die hun markten openstellen voor Europese bedrijven. Zij kunnen onder bepaalde voorwaarden dezelfde behandeling krijgen als de EU-lidstaten.
Ook zijn er andere voorzorgsmaatregelen genomen. Als producten bijvoorbeeld te duur worden, vervalt de made in Europe-verplichting. Het voorstel is nog niet definitief. Gezien de grote economische belangen worden stevige onderhandelingen verwacht.
Tempo nodig, zegt VNO-NCW
Werkgeversorganisatie VNO-NCW wil dat het nieuwe voorstel van de Europese Commissie snel wordt behandeld. “Want er is geen tijd te verliezen willen we de industrie in Europa houden en hier verduurzamen,” stelt VNO-NCW.
VNO-NCW is positief over de eerste stappen om vraag naar Europese duurzame producten te stimuleren, maar vindt dat de uitvoering sneller moet en dat regels niet ten koste mogen gaan van het investeringsklimaat.
FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, plaatst daarnaast kanttekeningen: alleen meer Europese inkoop door overheden is volgens de organisatie onvoldoende om de concurrentiepositie van bedrijven te verbeteren. Volgens FME zijn vooral lagere energiekosten en minder regeldruk nodig om de Europese industrie echt concurrerender te maken.