CBS-cijfers tonen negatief economisch beeld: dit merken ondernemers daarvan
Het economische beeld in Nederland blijft negatief. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren consumenten en producenten in mei 2026 opnieuw somber gestemd. Voor ondernemers betekent dat aanhoudende onzekerheid, terwijl kosten en prijzen verder oplopen.
Uit de nieuwste Conjunctuurklok van het CBS blijkt dat 11 van de 13 economische indicatoren slechter presteren dan hun langjarige trend. Daarmee blijft de Nederlandse economie hangen in een fase van minimale groei en afnemend vertrouwen. De Conjunctuurklok geeft een totaalbeeld van de Nederlandse economie. In deze economische graadmeter bundelt het CBS de belangrijkste cijfers van de afgelopen maand en het afgelopen kwartaal, zoals consumentenvertrouwen, productie, werkloosheid en investeringen.
De uitkomsten geven vooral een algemeen beeld van de economie. De situatie kan in de praktijk sterk verschillen per sector, regio of type onderneming. Zo kunnen sommige mkb-bedrijven of zzp’ers bijvoorbeeld juist groei ervaren, terwijl andere ondernemers merken dat klanten voorzichtiger worden of kosten fors oplopen.
Vertrouwen verder onder druk
Vooral het vertrouwen onder producenten en consumenten verslechterde opnieuw. In mei kwam het vertrouwen onder producenten uit op -2, terwijl het consumentenvertrouwen verder daalde naar -46. Hiermee ligt het vertrouwen onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Dalend producenten- en consumentenvertrouwen raakt direct sectoren die afhankelijk zijn van investeringen en consumentenuitgaven, zoals retail, industrie en zakelijke dienstverlening.
Voor mkb’ers en zzp’ers betekent dit dat klanten terughoudend kunnen worden met grote aankopen en investeringen. Tegelijkertijd blijven veel bedrijven kampen met hogere kosten voor energie, transport en grondstoffen.
Industrie profiteert tijdelijk van hogere vraag
De Nederlandse industrie liet in maart nog wel herstel zien. De productie steeg in maart met 2,8 procent ten opzichte van februari. Vergeleken met een jaar eerder lag de productie 1,7 procent hoger.
De afzetprijzen van de industrie lagen in april gemiddeld 4,9 procent hoger dan een jaar eerder. In de aardolie-industrie stegen de prijzen zelfs met bijna 49 procent. Een groot deel van de prijsstijgingen komt voort uit fors hogere olieprijzen door de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Vooral bedrijven in de chemie, transport en maakindustrie voelen die effecten direct.
Volgens het CBS stegen de industrieprijzen in april ook maand-op-maand stevig door: gemiddeld met 2,6 procent. Op de binnenlandse markt liep de prijsstijging zelfs op tot 3,4 procent. Voor ondernemers die afhankelijk zijn van energie-intensieve productie of internationale handel blijft de situatie daardoor kwetsbaar.
Hogere kosten worden doorberekend aan klanten
De hogere producentenprijzen vormen een risico voor de inflatie. Veel ondernemers zien hun marges onder druk staan en berekenen stijgende kosten daarom door aan klanten. Dat kan uiteindelijk zorgen voor extra inflatiedruk: wanneer bedrijven hogere kosten voor energie, grondstoffen en inkoop doorrekenen aan klanten, kunnen consumentenprijzen verder oplopen.
De inflatie in Nederland kwam in april uit op 2,8 procent, tegen 2,7 procent een maand eerder. Voor ondernemers betekent dat dat kostendruk voorlopig een belangrijk aandachtspunt blijft.
Export daalt, investeringen nemen voorzichtig toe
De Nederlandse export kreeg in het eerste kwartaal van 2026 een tik. De uitvoer van goederen daalde met 1,2 procent, vooral door minder export van machines en transportmiddelen.
Tegelijkertijd stegen de investeringen licht met 0,7 procent. Bedrijven investeerden vooral meer in machines en vliegtuigen. Dat wijst erop dat sommige sectoren ondanks de onzekerheid blijven inzetten op groei en modernisering.
Arbeidsmarkt koelt langzaam af
Ook op de arbeidsmarkt zijn signalen zichtbaar dat de economie afremt. In april was 3,9 procent van de beroepsbevolking werkloos. In maart was dat 4,0 procent.
Het aantal vacatures daalde opnieuw en ligt inmiddels al meerdere kwartalen lager. Aan het einde van het eerste kwartaal stonden nog 378.000 vacatures open. Tegelijkertijd daalde het aantal gewerkte uren licht.
Voor ondernemers kan dat twee kanten op werken. Het vinden van personeel blijft lastig in sommige sectoren, maar de extreme krapte op de arbeidsmarkt lijkt langzaam af te nemen.
Minder faillissementen, maar economie groeit nauwelijks
Opvallend is dat het aantal faillissementen in april licht daalde. Er gingen 3 procent minder bedrijven failliet dan een maand eerder. De consumptie van huishoudens bleef gelijk. Consumenten besteedden meer aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen.
Onder de streep groeide de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2026 met slechts 0,1 procent. Daarmee blijft Nederland balanceren op de rand van stagnatie.
Voor ondernemers draait het de komende maanden vooral om kostenbeheersing, prijsstrategie en voorzichtig investeren. Zeker nu geopolitieke spanningen en hogere energieprijzen zorgen voor economische onzekerheid.