CBS: economische groei vlakt af terwijl inflatie oploopt
De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2026 met 0,1 procent gegroeid ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Dat blijkt uit de eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De groei is daarmee duidelijk afgezwakt: in het vierde kwartaal van 2025 lag die nog op 0,4 procent.
Op basis van de nu beschikbare gegevens steeg het bruto binnenlands product (bbp) met 0,1 procent, zegt het CBS. “We hebben te maken met een matige groei. Er is net geen sprake van stagnatie,” zegt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Op jaarbasis laat de economie een iets sterker beeld zien. Vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder groeide het bbp met 1,2 procent. Tegelijkertijd laat een snelle raming van het CBS zien dat de inflatie in april oploopt naar 2,8 procent. In maart was de inflatie 2,7 procent.
Onzekerheid in de wereld
Volgens het CBS heeft de beperkte kwartaalgroei vooral te maken met de onzekerheid over de wereldeconomie, de handelstarieven en het conflict in het Midden-Oosten. De overheidsconsumptie, de investeringen en de verandering in voorraden droegen positief bij aan de groei van het bbp. Maar de buitenlandse handel (uitvoer van goederen en diensten) drukte juist op het resultaat.
De uitvoer van goederen en diensten daalde met 0,6 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Dat komt doordat de export van goederen daalde met 1,2 procent. Er werden vooral minder machines en transportmiddelen geëxporteerd. Met name de export naar de Verenigde Staten en China is lager.
Ook de consumptie van huishoudens viel tegen. Consumenten gaven evenveel uit als in het vierde kwartaal van 2025. Ze besteedden meer aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen.
De investeringen in vaste activa stegen juist, met 0,7 procent. Bedrijven gaven vooral meer uit aan vliegtuigen en machines. De overheid droeg bij aan de economische groei met een stijging van de consumptie van 0,5 procent, onder meer door hogere uitgaven aan zorg en lonen.
Volgens Van Mulligen kan de oorlog in het Midden-Oosten op termijn serieuze gevolgen hebben voor de wereldeconomie. “Het gaat over meer dan alleen olie en gas. We zien bijvoorbeeld dat het consumentenvertrouwen is ingezakt. Er is sprake van veel onzekerheid.”
1,2 procent economische groei
In het eerste kwartaal van 2026 groeide de economie met 1,2 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De verandering in voorraden en de consumptie door de overheid droegen het meest bij aan deze groei. Zo was de overheidsconsumptie 2,7 procent hoger, de consumptie door huishoudens steeg met 0,6 procent en de investeringen groeiden met 1,5 procent.
De invoer van goederen en diensten (+2,3 procent) steeg harder dan de uitvoer (+1,4 procent). Hierdoor droeg het handelssaldo negatief bij aan de jaar-op-jaargroei.
Uit de cijfers van het CBS blijkt dat de overheid, de zorg, de handel, de horeca, het vervoer en de opslag de grootste bijdragen leverden aan de economische groei ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025.
Inflatie stijgt naar 2,8 procent
Naast de economische groei blijkt uit de snelle raming van het CBS dat de inflatie in april uitkomt op 2,8 procent, tegenover 2,7 procent in maart. Dit betekent dat het dagelijks leven in de afgelopen maand 2,8 procent duurder is geworden dan in april vorig jaar. In vergelijking met vorige maand stegen de prijzen voor consumenten met 1,1 procent. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met het seizoen.
Economen vrezen dat de inflatie nog verder kan oplopen als de oorlog in Iran, die in februari begon, nog lang aanhoudt. Vooral olie- en gasprijzen zijn in maart en april hard gestegen. De energieprijzen (inclusief motorbrandstoffen) stegen in april met 7,8 procent. Voedingsmiddelen, dranken en tabak werden 1,5 procent duurder, na een prijsstijging van 2 procent in maart.