Consumptie huishoudens krimpt opnieuw in februari
Huishoudens hebben in februari 2026 minder uitgegeven aan goederen en diensten dan een jaar eerder. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) daalde de consumptie van huishoudens met 0,5 procent. Daarmee zet de lichte krimp door: in januari nam de consumptie al met 0,3 procent af.
De cijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en koopdagen, en geven daarmee een zuiver beeld van het daadwerkelijke consumptievolume. De omstandigheden voor consumenten waren in maart ongunstiger dan in februari, licht het CBS toe. Onlangs maakte het CBS bekend dat het consumentenvertrouwen in maart verder verslechterde. Dit betekent dat consumenten minder bereid zijn om aankopen te doen.
Minder uitgaven aan goederen, lichte groei diensten
De daling van de consumptie komt vooral doordat consumenten in februari 2026 minder goederen kochten. Zo namen de uitgaven aan duurzame goederen met 1,1 procent af. Consumenten kochten ook minder auto’s en kleding.
Daarnaast hebben consumenten in februari 2026 3,9 procent minder uitgegeven aan overige goederen (zoals energie en motorbrandstoffen). Aan voedings- en genotmiddelen werd daarentegen meer uitgegeven: een stijging van 0,3 procent vergeleken met februari 2025.
Daar staat tegenover dat consumenten iets meer uitgaven aan diensten: een stijging van 1,1 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Consumenten gaven meer uit aan onder meer medische diensten, vervoer en communicatie en huisvesting. Aan horeca, recreatie en cultuur werd juist minder uitgegeven. Uitgaven aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen door huishoudens uit, legt het CBS uit.
Consumenten negatiever in maart
Naast de feitelijke bestedingen kijkt het CBS naar de omstandigheden die invloed hebben op de consumptie, zoals de verwachtingen van consumenten, de situatie op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van hun vermogen. Deze indicatoren hangen nauw samen met de uitgaven van consumenten. Toch betekent een verslechtering van de omstandigheden niet automatisch dat de uitgaven verder dalen.
In maart waren de omstandigheden ongunstiger dan een maand eerder, aldus het CBS. Consumenten waren negatiever over hun financiële situatie in de komende twaalf maanden. Tegelijkertijd waren ondernemers in de industrie minder positief over de toekomstige ontwikkeling van de werkgelegenheid in hun bedrijven.
Wat betekent dit voor ondernemers?
De aanhoudende krimp in consumptie wijst op terughoudende consumenten, wat vooral voelbaar is in sectoren die afhankelijk zijn van niet-noodzakelijke uitgaven. Ondernemers in deze branches moeten rekening houden met een lagere vraag en kritischer bestedingsgedrag.
Dat betekent dat prijs, toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen belangrijker worden in de keuze van de consument. Ondernemers die inspelen op kostenbewust gedrag, bijvoorbeeld met scherpere aanbiedingen of duidelijke meerwaarde, hebben een grotere kans om klanten te behouden en aan te trekken.
Tegelijkertijd kan het lonen om kritisch te kijken naar kosten, voorraden en investeringen. In een afzwakkende markt draait het niet alleen om omzetgroei, maar ook om wendbaarheid en efficiëntie.