CPB: economie blijft groeien, maar koopkracht stijgt nauwelijks
De Nederlandse economie blijft de komende jaren groeien, maar wel in een gematigd tempo. Tegelijkertijd blijft de koopkrachtontwikkeling beperkt en zorgen geopolitieke spanningen voor veel onzekerheid over het economische vooruitzicht. Dat blijkt uit de nieuwste raming van het Centraal Planbureau (CPB) in het jaarlijkse Centraal Economisch Plan.
Het Centraal Economisch Plan (CEP) bevat vooruitzichten voor de economie en de overheidsfinanciën. Volgens het CPB groeit de Nederlandse economie in 2026 met 1,4% en in 2027 met 1,1%. In 2025 lag de groei nog op 1,9%. De economische groei wordt vooral gedragen door hogere uitgaven van huishoudens en toenemende overheidsbestedingen. Maar door de gespannen internationale situatie blijft de onzekerheid rondom het economisch beeld zeer groot.
Tempo blijft beperkt
Het groeitempo van de Nederlandse economie blijft lager dan waar het kabinet op rekent. Over de gehele kabinetsperiode komt de gemiddelde groei naar verwachting uit op ongeveer 1,2% per jaar.
Internationale spanningen spelen daarbij een belangrijke rol. Conflicten en geopolitieke ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld leiden tot hogere energieprijzen, wat weer invloed heeft op inflatie en economische groei.
Koopkracht stijgt in 2026, maar vlakt daarna af
Voor huishoudens is het beeld gemengd. In 2026 stijgt de koopkracht gemiddeld met 1,4%. Dat komt doordat de lonen naar verwachting harder stijgen dan de inflatie, die geleidelijk richting de 2% beweegt.
In 2027 blijft de koopkracht naar verwachting per saldo ongeveer gelijk. Verschillende lastenverzwaringen uit het coalitieakkoord, zoals hogere belastingen en zorgkosten, zullen een deel van de reële loonstijging compenseren. Over de hele kabinetsperiode groeit de koopkracht gemiddeld slechts 0,1% per jaar, wat betekent dat huishoudens op de langere termijn nauwelijks meer te besteden krijgen.
De recente stijging van de energieprijzen is nog niet verwerkt in de raming van het CPB, waardoor de inflatie in 2026 hoger kan uitvallen.
Overheidsfinanciën verslechteren
Naast de beperkte koopkrachtgroei ziet het CPB ook een verslechtering van de overheidsfinanciën. Hogere uitgaven aan onder meer defensie, zorg en sociale zekerheid zorgen ervoor dat het begrotingstekort oploopt.
Het zogenoemde EMU-saldo verslechtert van -1,6% van het bbp in 2025 naar -1,9% in 2027. Op langere termijn kan het tekort zelfs oplopen tot -3,1% van het bbp in 2034. De term komt van de Europese Economische en Monetaire Unie. Alle EU-landen gebruiken deze rekenmethode voor het begrotingssaldo van de overheid: of de overheid in een jaar meer uitgeeft dan er binnenkomt (tekort) of meer ontvangt dan uitgeeft (overschot).
Tegelijkertijd nemen de lasten voor huishoudens toe. Zo wordt onder meer de inkomstenbelasting verhoogd, deels om extra investeringen zoals in defensie en klimaat, te financieren en wordt de eigen bijdrage voor de zorg groter.
Internationale onzekerheid blijft groot
Het CPB benadrukt dat de economische vooruitzichten sterk afhankelijk blijven van internationale ontwikkelingen. Volgens CPB-directeur Pieter Hasekamp kunnen stijgende energieprijzen zowel huishoudens als bedrijven raken. Tegelijk betekent dat volgens hem niet automatisch dat de overheid opnieuw met brede steunmaatregelen moet komen.
Het blijft volgens het CPB vooral belangrijk om bij beleidskeuzes oog te houden voor lange termijn uitdagingen, zoals productiviteitsgroei, duurzaamheid en houdbare overheidsfinanciën.