CPB: hogere energieprijzen door Iranoorlog raken economie via inflatie en koopkracht

Boorplatform en schip

De oplopende energieprijzen als gevolg van het conflict rond Iran hebben directe gevolgen voor de Nederlandse economie. Volgens een scenariostudie van het Centraal Planbureau (CPB) leiden hogere olie- en energieprijzen tot stijgende inflatie en een daling van de koopkracht. De impact verschilt sterk per scenario en is afhankelijk van de duur en intensiteit van de verstoring.

De energieprijzen zijn de afgelopen periode hard gestegen. Door de oorlog in het Midden-Oosten is vooral de olieprijs flink opgelopen. Die prijsschok werkt door in de economie, bijvoorbeeld via de hogere prijzen aan de pomp. Aan de hand van drie scenario’s onderzocht het CPB de mogelijke impact van de stijgende energieprijzen op inflatie, economische groei, koopkracht en armoede.

Inflatie stijgt snel, koopkracht onder druk

Een olieprijsschok werkt doorgaans snel door in de economie. Hogere energieprijzen zorgen via brandstofprijzen direct voor een stijging van de inflatie. Daarnaast werkt het effect indirect door wanneer bedrijven hun hogere kosten doorberekenen in goederen en diensten, waardoor de inflatie verder oploopt.

Een hogere inflatie remt de consumptie van huishoudens en drukt de koopkracht, al volgt op termijn deels herstel via loonstijgingen. Ook de energierekening van huishoudens stijgt. Volgens het CPB zal deze stijging minder sterk zijn dan tijdens de energiecrisis van 2022, doordat de gasprijs minder hard oploopt.

Grote verschillen tussen scenario’s

Het CPB rekent met drie scenario’s: een marktverwachting, een tijdelijke hogere energieprijs en een scenario waarin energieprijzen langdurig verhoogd blijven. In alle gevallen stijgt de inflatie, maar de mate verschilt aanzienlijk.

In het basisscenario – waarin het CPB rekent met marktverwachtingen – zal de inflatie in 2026 oplopen tot 3,8 procent. Wanneer de energieprijzen tijdelijk hoger zijn, kan de inflatie verder stijgen naar 5,1 procent. In het scenario waarin de energieprijzen langdurig hoger zijn, komt de inflatie volgens het CPB uit op 5,3 procent. Ook de koopkrachtontwikkeling valt terug en kan tijdelijk negatief uitpakken. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) zakt in het zwaarste scenario richting de nul.

Doorwerking via bedrijfstakken

De impact van stijgende energieprijzen verschilt aanzienlijk per bedrijfstak. In welke mate de kosten van bedrijven stijgen, hangt niet alleen af van hun eigen energieverbruik, maar ook van de energie-intensiteit van ingekochte grondstoffen en halffabricaten. Een hogere olieprijs werkt daardoor zowel direct als indirect door in de kostprijs van producten.

Het CPB maakt een zogeheten input-outputanalyse om de effecten in kaart te brengen. Hieruit blijkt dat de sterkste stijging van afzetprijzen zichtbaar is in de aardolie-industrie, waar prijsontwikkelingen vrijwel direct meebewegen met de olieprijs. Dit komt doordat circa 90 procent van de import in deze sector uit energie bestaat en de importafhankelijkheid zeer hoog is.

Ook in de basismetaalindustrie en de luchtvaartsector lopen de prijsstijgingen relatief sterk op. Tegelijk is niet duidelijk in hoeverre individuele bedrijven binnen deze sectoren in staat zijn de hogere kosten daadwerkelijk door te berekenen.

De huidige olieprijsschok heeft een meer mondiaal karakter dan de eerdere stijging van gasprijzen na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, licht het CPB toe. Hierdoor zal de concurrentiepositie van Europese bedrijven minder verslechteren. Wel bestaat het risico dat Europese bedrijven terrein verliezen ten opzichte van concurrenten in de VS, waar gas- en elektriciteitsprijzen minder sterk stijgen.

Steun moet gericht en tijdelijk blijven

Het CPB benadrukt dat generieke steunmaatregelen van de overheid, zoals brede accijnsverlagingen, weinig effectief zijn en duur uitpakken. Bovendien komt steun dan niet altijd terecht bij de huishoudens die dit het hardst nodig hebben.

Daarom ligt de voorkeur bij tijdelijk en gericht beleid. Tegelijk waarschuwt het CPB dat dit in de praktijk lastig uitvoerbaar is vanwege de uiteenlopende effecten binnen inkomensgroepen. Volgens het CPB is het vooral belangrijk om te investeren in weerbaarheid, ook als de energieprijzen op termijn weer dalen. Energietransitie en aanpassing van gedrag vergroten de weerbaarheid.

Impact voor ondernemers

Voor ondernemers betekenen de hogere energieprijzen vooral druk op marges en kosten. Energie-intensieve sectoren, zoals transport, logistiek, industrie en agrifood, krijgen direct te maken met hogere inkoop- en brandstofkosten. Dit kan leiden tot heronderhandeling van contracten, prijsverhogingen richting klanten en een afname van de concurrentiepositie, zeker voor bedrijven die internationaal opereren.

De toenemende inflatie zorgt er daarnaast voor dat consumenten minder te besteden hebben. Hierdoor staan met name niet-essentiële uitgaven onder druk, wat direct merkbaar is in sectoren zoals retail, horeca en recreatie. Consumenten worden prijsgevoeliger en stellen aankopen vaker uit. Dit kan de omzetgroei van bedrijven afremmen. Bovendien kan aanhoudende inflatie het consumentenvertrouwen verder aantasten.

Voor het mkb geldt dat vooral kleinere ondernemingen minder buffer hebben om prijsschokken op te vangen. Daardoor kunnen liquiditeitsproblemen sneller ontstaan, terwijl investeringen vaak worden uitgesteld in periodes van onzekerheid. Tegelijk kan de volatiliteit op energiemarkten aanleiding zijn om sneller te investeren in verduurzaming.  

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *