ECB houdt rente op 2 procent: zorgen over inflatie blijven
De Europese Centrale Bank (ECB) laat de rente opnieuw ongewijzigd. Voor de zevende keer op rij blijft de depositorente op 2,00 procent. Dat meldt de ECB vandaag.
De aanhoudende onrust in het Midden-Oosten drijft de olie- en gasprijzen verder op. Dat heeft direct gevolgen voor ondernemers: energie vormt voor veel bedrijven een belangrijke kostenpost. Stijgende energiekosten werken daardoor snel door in de prijzen van producten en diensten. De ECB houdt de ontwikkelingen scherp in de gaten, omdat hogere energieprijzen de inflatie kunnen aanjagen.
Zo verwacht het Centraal Planbureau (CPB) de komende tijd een stijgende inflatie en een daling van de koopkracht. Ook vlakt de economische groei af volgens de eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Ondanks inflatiedruk blijft de ECB afwachten
Inflatie houdt in dat het algemeen prijsniveau stijgt. In de praktijk betekent dit dat consumenten minder kunnen kopen voor hetzelfde geld. Voor ondernemers vertaalt dit zich vaak in hogere inkoopkosten en veranderend consumentengedrag.
Een belangrijke oorzaak van inflatie is de stijging van grondstofprijzen, zoals olie. Hogere productiekosten worden regelmatig doorberekend aan klanten. Daarnaast speelt ook de vraag in de economie een rol: als de vraag groter is dan het aanbod, kunnen prijzen verder oplopen.
De ECB probeert inflatie te beheersen via het rentebeleid. Een hogere rente maakt lenen duurder en remt investeringen en bestedingen. Een lagere rente heeft juist een stimulerend effect op de economie.
Door de rente nu stabiel te houden, kiest de ECB voor een afwachtende houding. De centrale bank wil eerst zien hoe de inflatie zich ontwikkelt onder invloed van de huidige economische en geopolitieke onzekerheden.
Waarom de ECB niet aan de rente sleutelt
ECB-voorzitter Christine Lagarde benadrukt dat er binnen de centrale bank brede consensus is om voorlopig af te wachten. Beleidsmakers willen eerst meer duidelijkheid voordat zij de rente aanpassen: gaat het om een tijdelijke piek in de energieprijzen of een van langere duur?
Volgens Lagarde is het nog onzeker hoelang de huidige energieschok aanhoudt en in hoeverre hogere kosten doorwerken in de bredere inflatie. De Raad van Bestuur houdt daarom de economische ontwikkelingen goed in de gaten en bepaalt per vergadering welke koers het monetair beleid moet volgen. Daarbij staat een data-gedreven aanpak centraal.
Ontwikkeling van de ECB-rente
De rente van de ECB beweegt mee met de economische omstandigheden in de eurozone. Vanaf 2012 kwam de rente in een langdurige neerwaartse fase terecht. In juli 2012 werd de depositorente naar 0 procent gebracht. Nog geen jaar later, in juni 2013, ging de rente onder nul. Dit betekende dat banken moesten betalen om geld bij de centrale bank te stallen. Deze negatieve renteperiode duurde tot eind juni 2022 en zorgde voor extreem lage leenkosten, maar vrijwel geen rendement op spaargeld.
Door de sterk oplopende inflatie in 2022 draaide de ECB het beleid volledig om. Binnen ongeveer een jaar werd de rente in negen stappen verhoogd van 0 procent naar 4 procent in september 2023. Dit niveau bleef vervolgens geruime tijd gehandhaafd tot medio 2024. Deze forse verhogingen waren bedoeld om de inflatie af te remmen.
In juni 2024 volgde de eerste renteverlaging in vijf jaar tijd. De depositorente daalde met 0,25 procentpunten naar 3,75 procent. Daarna volgden in september, oktober en december 2024 verdere verlagingen van telkens 0,25 procentpunten.
Ook in 2025 zette de daling door met meerdere verlagingen in januari, maart, april en juni. In de tweede helft van het jaar werd de rente stabiel gehouden op 2,00 procent. Die lijn wordt doorgetrokken in de eerste maanden van 2026, waarin de rente ongewijzigd blijft.
Rentebesluiten worden genomen op basis van de verwachte inflatie en de risico’s daaromheen, in combinatie met de nieuwste economische en financiële cijfers. Ook kijkt de Raad naar de ontwikkeling van de onderliggende inflatie en hoe krachtig beleidsmaatregelen doorwerken in de economie. De Raad van Bestuur benadrukt daarbij dat het alle beschikbare instrumenten inzet om de inflatie op middellange termijn rond de 2 procent te houden. Tegelijkertijd moet het monetair beleid wel soepel blijven doorwerken in de economie.