Bijgewerkt:

Economie beter bestand tegen nieuwe energieprijsschok, zegt ING Research

Fabriekshal

De Nederlandse economie is als geheel minder kwetsbaar voor een nieuwe stijging van de energieprijzen dan tijdens de energiecrisis van 2022 – 2023. Dat komt vooral doordat de structuur van de economie is veranderd. Energie-intensieve sectoren zijn kleiner geworden, terwijl minder energiegevoelige sectoren juist zijn gegroeid.

Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen weer flink gestegen, net als na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Toch zal dit niet leiden tot een diepe economische crisis, zegt ING Research.

Uit het onderzoek van ING Research blijkt dat een nieuwe energieprijsschok naar verwachting minder schade zal aanrichten dan enkele jaren geleden. De voornaamste reden hiervoor is dat Nederland de afgelopen jaren minder afhankelijk is geworden van de energie-intensieve industrie. Hierdoor zal bij een nieuwe energiecrisis een kleiner deel van de Nederlandse economie direct geraakt worden, aldus ING Research.

Krimp en groei

Energie-intensieve sectoren, zoals de chemie, bouwmaterialenindustrie en basismetalenindustrie, zijn in de afgelopen vier jaar gekrompen. Minder energie-intensieve sectoren zijn juist gegroeid, zoals bedrijven in de machine-industrie en farmasector.

Hierdoor zal de impact van de fors gestegen energieprijzen op de totale economie minder groot zijn dan in 2022, licht ING Research toe. De afgelopen jaren stond de Nederlandse industrie door de sterk stijgende energieprijzen flink onder druk. Vooral sectoren met een hoog energieverbruik kregen het zwaar te verduren.

Inmiddels is de industrie als geheel weer hersteld van de vorige crisis. ING Research schat de toegevoegde waarde in 2025 op zo’n 0,5 procent hoger dan vóór de dip van de afgelopen jaren. Ook het vertrouwen onder industriële ondernemers is verbeterd ten opzichte van het dieptepunt in 2023.

Grote verschillen tussen sectoren

Ondanks het herstel van de industrie zijn er grote verschillen. De meeste energie-intensieve takken liggen nog steeds onder het niveau van 2021, het laatste jaar voor de Oekraïne-oorlog. Zo produceert de chemiesector nog altijd 25 procent minder dan in 2021.

Voor de bouwmaterialenindustrie en basismetalenindustrie is dat respectievelijk 15 en 14 procent minder productie. Dit komt vooral door de afgenomen productie als gevolg van een dalende vraag en het afstoten van energie-intensieve onderdelen van fabrieken door producenten.

Daarnaast neemt de internationale concurrentie toe. Landen als China hebben hun productiecapaciteit de afgelopen jaren flink uitgebreid. Hierdoor staan Nederlandse bedrijven, met name in de chemische industrie, onder extra druk door lagere prijzen en een afnemend marktaandeel.

Minder afhankelijk van energie-intensieve sectoren

Tijdens de energiecrisis van 2022 – 2023 werd Nederland relatief hard geraakt. Een belangrijk gevolg van deze ontwikkeling is dat energie-intensieve industrieën op dit moment een kleiner deel van de Nederlandse economie vormen. In 2021 waren deze sectoren nog goed voor 4,4 procent van de economie. In 2025 is dit percentage gedaald naar 3,6 procent.

Dit betekent dat een kleiner deel van de economie direct geraakt wordt bij stijgende energieprijzen. Daar staat wel tegenover dat bedrijven die nog actief zijn in deze sectoren mogelijk minder goed bestand zijn tegen een nieuwe schok, bijvoorbeeld door lagere bezettingsgraden en geslonken financiële buffers.

Opkomst van minder energiegevoelige sectoren

Tegelijkertijd zijn minder energie-intensieve sectoren juist belangrijker geworden. Het aandeel van deze sectoren groeide van 7,7 procent in 2021 naar 8,2 procent in 2025.

Vooral de machine-industrie – met name de chipmachinebouw – en de farmaceutische industrie springen eruit met een stabiele groei en minder afhankelijkheid van energieprijzen. De machine-industrie is inmiddels goed voor 2,8 procent van de Nederlandse economie. Daarmee is deze sector groter dan sectoren zoals de horeca, de uitzendbranche en cultuur, recreatie en overige dienstverlening.

Tegelijkertijd is de machine-industrie sterk afhankelijk van internationale handel en geopolitieke verhoudingen. Denk bijvoorbeeld aan exportbeperkingen op chipmachines richting China. De Nederlandse economie lijkt daarmee als geheel beter bestand tegen nieuwe schommelingen in de energieprijzen, al blijven de verschillen tussen sectoren groot.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *