Economisch beeld in februari iets minder somber
Het conjunctuurbeeld van de Nederlandse economie was in februari iets minder negatief dan in januari. Volgens de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het economisch beeld nog altijd negatief, maar minder uitgesproken.
Van de 13 indicatoren in de Conjunctuurklok presteerden er 9 slechter dan hun langjarige trend. 4 van de 13 indicatoren presteerden juist beter. Dat betekent dat de economie nog steeds onder druk staat, maar de neerwaartse beweging lijkt iets af te vlakken. Een kenmerk van conjunctuur is dat deze cyclisch (in golven) verloopt.
Vertrouwen blijft kwetsbaar
Het vertrouwen van consumenten en producenten laat een gemengd beeld zien. Het consumentenvertrouwen daalde in februari van -23 naar -24 en ligt daarmee onder het langjarig gemiddelde. Het producentenvertrouwen zakte van 0,8 in januari naar -1,1 in februari, maar blijft nog altijd boven het gemiddelde van de afgelopen 20 jaar.
Voor ondernemers betekent dit: consumenten blijven voorzichtig met grote uitgaven, terwijl producenten iets minder optimistisch zijn over hun orderportefeuilles en vooruitzichten.
Volgens de eerste raming van het CBS groeide het bruto binnenlands product (BBP) in het vierde kwartaal van 2025 met 0,5% ten opzichte van het derde kwartaal. De groei kwam vooral door export en de consumptie door de overheid.
Meer export en consumptie huishoudens, minder investeringen
Het volume van de goederenexport lag in december 2025 7,1% hoger dan een jaar eerder. Vooral de uitvoer van machines en aardolieproducten trok aan. Huishoudens gaven in december ook meer uit; huishoudens consumeerden 0,8% meer dan in december 2024. Ze kochten zowel meer diensten als goederen.
Tegelijkertijd daalden de investeringen van bedrijven in materiële vaste activa met 2,6%. Er werd vooral minder geïnvesteerd in overig wegvervoer (vrachtauto’s, opleggers, busjes) en vliegtuigen. De investeringen in personenauto’s, gebouwen, machines (waaronder defensiematerieel) en infrastructuur namen juist toe.
Industrie, faillissementen en koopwoningen
De industriële productie lag in december 1,3% hoger dan een jaar eerder. Ten opzichte van november was er een stijging van 0,5%. De industrie laat daarmee een voorzichtig herstel zien. In januari 2026 gingen 6% meer bedrijven failliet dan in december 2025 (15 extra faillissementen, inclusief eenmanszaken).
De prijzen van bestaande koopwoningen lagen in januari gemiddeld 5,4% hoger dan een jaar eerder. Dat is nog steeds een stevige stijging, maar voor de tiende maand op rij zwakt de prijsontwikkeling af. Ten opzichte van december 2025 stegen de prijzen gemiddeld met 1,2%.
Arbeidsmarkt koelt verder af
De arbeidsmarkt laat lichte tekenen van afkoeling zien. In januari waren er 415.000 werklozen. Dat is 4% van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar, net als in de vier maanden daarvoor. Het aantal werklozen nam over de afgelopen drie maanden toe met 1.000 gemiddeld per maand.
De daling van het aantal vacatures zet al drie jaar vrijwel onafgebroken door. Aan het einde van het vierde kwartaal van 2025 stonden er 380.000 vacatures open. Ook werden er minder uren gewerkt. Werknemers en zelfstandigen werkten in het vierde kwartaal van 2025 in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is 0,3% minder dan in het kwartaal ervoor.
De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling was in het derde kwartaal van dit jaar 0,9% hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2024.
Wat is de Conjunctuurklok?
De Conjunctuurklok is een instrument dat in één oogopslag laat zien hoe de Nederlandse economie ervoor staat. De klok bundelt de belangrijkste economische indicatoren die het CBS in de afgelopen maand en het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd, zoals cijfers over productie, consumptie, consumentenvertrouwen, investeringen, werkloosheid, faillissementen en arbeidsmarkt.
Het gaat daarbij nadrukkelijk om een macro-economisch totaalbeeld. De uitkomsten zeggen iets over de richting van de economie als geheel, maar werken niet voor elke sector, regio of onderneming hetzelfde. Voor individuele bedrijven kan de praktijk dus gunstiger of juist uitdagender zijn dan het landelijke beeld suggereert.