Multinationals lenen ruim 154 miljard euro aan Nederlandse bedrijven
Grote internationale bedrijven lenen veel geld aan hun Nederlandse dochterondernemingen. Aan het einde van het derde kwartaal van 2025 stond er voor ruim 154 miljard euro aan zogeheten intra-concernleningen uit bij het Nederlandse bedrijfsleven. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).
Een aanzienlijk deel van deze financiering loopt via captive financial institutions (CFI’s). Dit zijn financiële holdings van multinationals die formeel tot de financiële sector behoren, maar in de praktijk vooral interne geldstromen organiseren. Daarmee zijn intra-concernleningen een belangrijke bron van financiering voor bedrijven in Nederland.
13% van het bruto binnenlands product
Eind derde kwartaal van 2025 stond er voor ongeveer 154 miljard euro aan intra-concernleningen uit CFI’s bij het Nederlandse bedrijfsleven. Dat komt neer op ongeveer 13% van het bruto binnenlands product (BBP) van Nederland.
Wat betekent die 154 miljard euro voor de Nederlandse economie? Als het geld wordt ingezet voor investeringen in Nederland, zoals uitbreiding van productiecapaciteit, innovatie of werkgelegenheid, is er sprake van een directe bijdrage aan de Nederlandse economie.
Maar vanwege het internationale karakter van deze multinationals is het aannemelijk dat een groot deel van deze leningen wordt gebruikt voor buitenlandse investeringen of fungeert als financiële doorstroom. Geld dat administratief in Nederland staat, hoeft hier niet automatisch economische effecten te hebben.
Geen financiering via banken nodig
Omdat deze multinationals over veel eigen geld beschikken, hoeven zij voor investeringen in hun Nederlandse dochterondernemingen vaak geen geld te lenen bij een bank of andere partij en hoeven zij geen andere vorm van financiering te zoeken.
In plaats van extern kapitaal aan te trekken bij een bank of investeerder, verstrekken zij leningen binnen de eigen groep. Nederlandse dochterbedrijven lenen zo direct van hun buitenlandse moeder of een groepsholding. Voor banken betekent dit dat een deel van de kredietvraag buiten het traditionele bancaire circuit om wordt vervuld.
85% buiten de Europese Unie
Opvallend is de herkomst van de financiering. Ongeveer 85% van de uitstaande intra-concernleningen is afkomstig van multinationals waarbij de uiteindelijke zeggenschap (de ‘ultimate controlling institutional unit’) buiten de Europese Unie ligt. Het gaat dan bijvoorbeeld om landen als de VS of Brazilië en om sectoren als telecommunicatie, de auto-industrie en bedrijven die actief zijn in de olie- en gaswinning.
Slechts 15% van de intra-concernleningen komt van multinationals waarvan de moeder binnen de EU is gevestigd. Dat benadrukt hoe sterk Nederland is verweven met kapitaalstromen van buiten Europa.