Werkloosheid loopt licht op naar 4,1 procent, hoogste niveau in 4 jaar

Fietser straat Amsterdam

De werkloosheid in Nederland is in februari 2026 licht gestegen naar 4,1 procent. Daarmee komt het niveau op het hoogste punt in vier jaar. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Volgens het CBS waren er in februari 2026 416.000 werklozen. In de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen licht toe met gemiddeld 3.000 per maand. Hiermee was 4,1 procent van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar werkloos. De afgelopen vijf maanden bleef het niveau stabiel op 4 procent.

Arbeidsmarkt blijft in beweging

Opvallend is dat niet alleen de werkloosheid stijgt, maar ook het aantal werkenden nog licht toeneemt. Gemiddeld kwamen er de afgelopen drie maanden zo’n 1.000 werkenden per maand bij. De totale beroepsbevolking groeit daarmee nog steeds.

Tegelijkertijd daalt het aantal mensen buiten de arbeidsmarkt licht. Dit zijn mensen die niet kortgeleden naar werk hebben gezocht of daarvoor niet direct beschikbaar waren. Deze groep – momenteel circa 3,2 miljoen mensen – bestaat vooral uit gepensioneerden en mensen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet kunnen werken. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend.

Voor ondernemers betekent dit dat de arbeidsmarkt nog altijd krap is, maar wel tekenen van afkoeling vertoont.

2,3 miljoen niet-werkenden

In 2025 telde Nederland bijna 2,3 miljoen niet-werkenden tussen de 15 jaar en de AOW-leeftijd. Daarmee is het aantal voor het tweede jaar op rij licht gestegen, in totaal met 40.000. In de jaren daarvoor was juist sprake van een langdurige daling: tien jaar geleden lag het aantal niet-werkenden nog rond de 2,7 miljoen. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

De belangrijkste reden om niet te werken blijft ziekte of arbeidsongeschiktheid. Tegelijkertijd staat een aanzienlijk deel van deze groep nog in verbinding met de arbeidsmarkt. Ongeveer de helft zoekt actief naar werk, is beschikbaar of verwacht op termijn weer aan het werk te gaan.

De stijging van het aantal niet-werkenden is zichtbaar in vrijwel alle leeftijdsgroepen. Alleen onder 25- tot 35-jarigen nam het aantal licht af. Bij 55-plussers tot de AOW-leeftijd is juist een kleine toename te zien. De AOW-leeftijd lag in 2024 en 2025 op 67 jaar, tegenover 66 jaar en 10 maanden in 2023.

Lichte daling WW-uitkeringen

Waar de werkloosheid oploopt in februari 2026, daalde het aantal WW-uitkeringen juist licht. Eind februari registreerde het UWV 205.500 lopende uitkeringen. Dat is een afname van 0,1 procent ten opzichte van een maand eerder.

Er kwamen in februari 2026 22.200 nieuwe uitkeringen bij, terwijl 22.400 uitkeringen werden beëindigd. Hiermee bleef het totale aantal WW-uitkeringen net als in januari 2026 net boven de 200.000.

Regionale verschillen nemen toe

De ontwikkeling van WW-uitkeringen verschilt sterk per regio. In vrijwel alle 35 arbeidsmarktregio’s ligt het aantal uitkeringen hoger dan een jaar eerder.

Alleen in Groningen (-1,7 procent) en Drenthe (-2,8 procent) was sprake van een daling ten opzichte van vorig jaar. In 13 van de 35 regio’s is de stijging groter dan 10 procent. Vergeleken met februari 2025 nam het aantal WW-uitkeringen het meest toe in de regio’s Zuid-Holland Centraal (+18,0 procent), Haaglanden (+16,6 procent) en Gorinchem (+16,2 procent).

Meer instroom dan uitstroom in werkloosheid

De stijging van de werkloosheid komt doordat meer mensen werkloos worden dan dat er mensen een baan vinden of de arbeidsmarkt verlaten. In de afgelopen drie maanden verloren 121.000 werkenden hun baan en gingen 136.000 mensen actief op zoek naar werk.

Daartegenover staat dat 146.000 werklozen een baan vonden en 102.000 stopten met zoeken. Per saldo kwamen er meer werklozen bij dan er verdwenen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *