Werkloosheid voor vijfde maand op rij 4%
In januari 2026 was 4% van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar werkloos, net als in de vier maanden daarvoor. Daarmee is de werkloosheid in Nederland voor de vijfde maand op rij stabiel, maar wel op het hoogste niveau in vier jaar. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Begin 2026 zaten 415.000 mensen zonder betaald werk. De afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen toe met gemiddeld 1.000 per maand. Het aantal mensen met betaald werk nam de afgelopen drie maanden af met gemiddeld 4.000 per maand. Hiermee is 4% van de beroepsbevolking werkloos. Ondanks het stabiele werkloosheidscijfer steeg het aantal WW-uitkeringen, zegt uitkeringsinstantie UWV.
Aantal WW-uitkeringen neemt toe
Het UWV telde eind januari 2026 in totaal 205.700 WW-uitkeringen. Er kwamen 38.700 nieuwe uitkeringen bij, en er werden 24.400 uitkeringen beëindigd. Hiermee steeg het aantal WW-uitkeringen met 7,4%.
Een stijging van het aantal WW-uitkeringen in januari is gebruikelijk. In een aantal sectoren, bijvoorbeeld in de bouw, is er minder werk in de wintermaanden. Ook lopen veel tijdelijke contracten aan het einde van het jaar af.
Naast de piek in januari is er een stijgende trend zichtbaar. Sinds augustus 2023 zijn er elke maand meer WW-uitkeringen dan in dezelfde maand van het jaar ervoor. Ook in januari 2026 is het aantal uitkeringen hoger dan in januari 2025, wat neerkomt op een stijging van 8,6% (16.200 uitkeringen).
In- en uitstroom van werklozen
De werkloosheid neemt toe of af door vier verschillende stromen. Werklozen die een baan vinden en werklozen die stoppen met werken en de beroepsbevolking verlaten, zorgen voor een daling van de werkloosheid (uitstroom). In januari vonden 148.000 mensen een baan en verlieten 104.000 mensen de arbeidsmarkt.
Werkenden die hun baan verliezen en mensen die zich eerder niet aanboden op de arbeidsmarkt, maar nu op zoek zijn naar werk, zorgen voor een stijging van de werkloosheid (instroom). In januari verloren 121.000 mensen hun baan. Er kwamen 135.000 mensen op de arbeidsmarkt bij, die niet meteen werk vonden, en daardoor onderdeel zijn van de werkloze beroepsbevolking. Hierdoor waren er in januari 256.000 mensen werkloos die dat drie maanden eerder nog niet waren.
In januari 2026 was de instroom van werklozen iets groter dan de uitstroom.
Stijging van de niet-beroepsbevolking
Naast de 415.000 werklozen zijn er 3,2 miljoen mensen die niet recentelijk naar werk hebben gezocht en/of daarvoor niet direct beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Dit zijn vooral mensen die met pensioen zijn of niet kunnen werken doordat ze ziek of arbeidsongeschikt zijn. Het aantal mensen buiten de beroepsbevolking nam de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6.000 per maand toe.