AI en technologie kunnen bedrijven productiever maken, maar tegen welke prijs?
Technologie en kunstmatige intelligentie (AI) veranderen het werk, maar van een revolutie op de werkvloer is volgens TNO voorlopig nog geen sprake. Toch verwachten veel werkgevers dat nieuwe technologie de productiviteit flink zal verhogen. Tegelijkertijd groeit de zorg over de mentale belasting van medewerkers.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van TNO onder ruim 60.000 werknemers en 6.000 werkgevers in Nederland. Hoewel technologie zich in hoog tempo ontwikkelt, vertaalt dat zich niet direct naar grote veranderingen binnen bedrijven. Het onderzoek van TNO laat zien dat werkgevers niet vaker dan voorheen hun producten, diensten of werkprocessen hebben aangepast. Ook werknemers ervaren geen duidelijke versnelling van veranderingen op de werkvloer.
Maar de verschillen tussen sectoren zijn groot. Waar werknemers in de ICT en financiële dienstverlening regelmatig te maken krijgen met technologische veranderingen, blijft het tempo van vernieuwing in sectoren als de landbouw en horeca aanzienlijk lager.
Werk verandert minder snel dan vaak wordt gedacht
Hoewel technologische ontwikkelingen, zoals AI, volop in de belangstelling staan, verwacht ruim 60 procent van de werknemers dat hun werk er over vijf jaar grotendeels hetzelfde uitziet. Slechts iets meer dan 30 procent rekent op ingrijpende veranderingen.
Ook uit de praktijk blijkt dat de snelheid van verandering meevalt. Meer dan de helft van de werknemers maakt jaarlijks veranderingen mee op het werk, maar dat aandeel is de afgelopen jaren nauwelijks gestegen. Hetzelfde geldt voor technologische veranderingen: ongeveer een derde van de werknemers ervaart die jaarlijks, zonder duidelijke groei sinds 2016.
Voor ondernemers is dat een belangrijk signaal. Investeringen in technologie leiden niet automatisch tot snelle of grootschalige veranderingen binnen organisaties, zegt TNO. De implementatie en acceptatie op de werkvloer blijken vaak geleidelijk te verlopen.
Ondernemers verwachten vooral productiviteitswinst
Van de werkgevers geeft 90 procent aan actief na te denken over de toekomst van werk. Bijna de helft (46 procent) verwacht dat technologie de grootste impact zal hebben op de organisatie in de komende jaren.
Daarnaast verwacht bijna 40 procent van de werkgevers een stijging van de productiviteit. Vooral in de ICT-sector zijn de verwachtingen hoog: daar rekent meer dan de helft van de werkgevers op efficiënter werken dankzij technologie.
Veel werknemers ervaren die voordelen nu al. Ongeveer 40 procent zegt dankzij digitale hulpmiddelen en automatisering meer werk in dezelfde tijd te kunnen uitvoeren.
Voor ondernemers biedt dat kansen. In een krappe arbeidsmarkt kan technologie helpen om groei mogelijk te maken zonder direct extra personeel aan te trekken. Tegelijkertijd waarschuwen de onderzoekers dat hogere productiviteit niet automatisch leidt tot minder werkdruk.
AI kan werk makkelijker maken, maar ook complexer
Opvallend is dat werkgevers en werknemers verschillend naar de toekomst kijken. Werkgevers verwachten vaker dat werkzaamheden complexer worden, terwijl ruim 40 procent van de werknemers juist denkt dat het werk eenvoudiger wordt. Maar bijna 40 procent van hen denkt tegelijkertijd dat het werk daardoor wel minder leuk wordt.
Volgens TNO komt dat onder meer doordat automatisering routinematige taken kan overnemen. Daardoor blijven vooral de meer complexe werkzaamheden over. Dit kan leiden tot een gebrek aan afwisseling tussen complexe en eenvoudige taken, waardoor de cognitieve belasting van medewerkers toeneemt.
Voor ondernemers met personeel betekent dit dat technologische investeringen niet alleen moeten worden beoordeeld op efficiëntie, maar ook op de gevolgen voor de inhoud van het werk en de belastbaarheid van medewerkers. Eerder onderzoek laat zien dat veel bedrijven de impact van AI op werknemers vaak onderschatten.
Meer toezicht kan ten koste gaan van autonomie
Een ander aandachtspunt is de manier waarop technologie wordt ingezet voor monitoring en controle. Ruim 40 procent van de werknemers die veranderingen verwacht, denkt dat het toezicht op het werk zal toenemen. Moderne software en AI-toepassingen maken het mogelijk om prestaties, locaties en werkzaamheden steeds nauwkeuriger te volgen.
Hoewel dergelijke systemen processen kunnen verbeteren, waarschuwen de onderzoekers dat medewerkers hierdoor minder autonomie kunnen ervaren. En juist autonomie wordt gezien als een belangrijke factor voor werkplezier, motivatie en mentale gezondheid.
Ook de onzekerheid rond AI zorgt voor extra mentale druk. Werknemers vragen zich af wat de opkomst van de technologie betekent voor hun functie en loopbaan. Volgens TNO zien veel organisaties kansen in AI, maar ontbreekt het vaak nog aan een duidelijke koers. Die onduidelijkheid kan leiden tot onrust op de werkvloer.
Voor ondernemers ligt hier een uitdaging: technologie inzetten om processen te ondersteunen zonder het vertrouwen van medewerkers te ondermijnen.
Mentale belasting blijft grootste zorg
Waar werkgevers en werknemers elkaar wel vinden, is de verwachting dat de mentale belasting verder zal toenemen. Ongeveer een derde van beide groepen voorziet meer stress en mentale druk in de komende vijf jaar.
Die zorg sluit aan bij een bredere ontwikkeling. Het aandeel werknemers met burn-outklachten is volgens TNO gestegen van 14 procent in 2014 naar 20 procent in 2024.
Vooral sectoren met personeelstekorten, hoge werkdruk en complexe werkzaamheden, zoals de zorg en het onderwijs, maken zich zorgen over de toekomst.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Het onderzoek laat zien dat technologie grote kansen biedt voor productiviteit en efficiëntie. Tegelijkertijd vraagt succesvolle digitalisering om meer dan alleen nieuwe software of AI-oplossingen.
Ondernemers die investeren in technologie doen er goed aan ook aandacht te besteden aan werkdruk, autonomie en de mentale gezondheid van medewerkers. Want hoewel technologie werk slimmer kan maken, blijkt uit het onderzoek dat duurzame groei uiteindelijk afhankelijk blijft van de mensen die ermee werken.