Betalingsachterstanden lopen op: ondernemers wachten langer op hun geld
Nederlandse bedrijven betalen hun facturen steeds later. Volgens onderzoek van Altares Dun & Bradstreet werd in 2025 ruim een kwart van de facturen niet binnen de afgesproken termijn betaald. Daarmee is voor het eerst sinds 2021 geen verbetering te zien in het betaalgedrag van het Nederlandse bedrijfsleven.
Het aandeel te laat betaalde facturen steeg van 23,9 procent naar 25,3 procent. Vooral kleinere ondernemingen hadden in 2025 meer moeite om facturen op tijd te betalen. De betaaldiscipline verslechterde bij kleine bedrijven met 5,7 procent. Ook middelgrote ondernemingen lieten een daling zien van 3,7 procent.
Hoewel Nederlandse bedrijven internationaal nog steeds relatief goed scoren, behoort Nederland inmiddels tot de Europese landen waar de betalingsdiscipline het sterkst is verslechterd. Voor ondernemers is dat meer dan een statistiek. Zeker voor zzp’ers en mkb-bedrijven kunnen betalingsachterstanden directe gevolgen hebben voor de liquiditeit, investeringsruimte en dagelijkse bedrijfsvoering.
Vooral horeca en mkb voelen druk
Altares wijst erop dat de verslechtering van het betaalgedrag mogelijk samenhangt met de toenemende onzekerheid waarmee ondernemers te maken hebben. Onder meer de geopolitieke situatie, internationale handelsspanningen en veranderende economische omstandigheden zorgen ervoor dat bedrijven terughoudender worden met hun uitgaven en betalingen.
De grootste terugval in betaalgedrag is zichtbaar in de horeca. Daar werd in 2025 nog slechts 76 procent van de facturen op tijd betaald, tegenover 85,7 procent een jaar eerder.
Volgens Altares spelen oplopende kosten daarbij een belangrijke rol. Ondernemers hebben te maken met hogere uitgaven voor personeel, energie, huisvesting en inkoop. Prijsverhogingen kunnen bovendien niet altijd volledig worden doorberekend aan klanten.
Gevolgen betalingsachterstanden
Vooral kleinere bedrijven zijn kwetsbaar. Waar grotere ondernemingen vaak beschikken over financiële buffers of toegang hebben tot extra krediet, moeten veel mkb-bedrijven hun bedrijfsvoering financieren vanuit de dagelijkse kasstromen.
Juist in sectoren met lage marges kan een vertraagde betaling grote gevolgen hebben. Wanneer geld later binnenkomt, ontstaat er druk op de cashflow van een onderneming. Als gevolg stellen ondernemers investeringen uit of schuiven ze betalingsverplichtingen door. Hierdoor kan de financiële kwetsbaarheid verder toenemen.
Leveranciers worden steeds vaker kredietverstrekker
Volgens ONL-voorzitter Erik Ziengs zoeken veel ondernemers daarom noodgedwongen naar alternatieve manieren om hun werkkapitaal op peil te houden. Omdat banken terughoudend zijn met voorraadfinanciering en doorlopende kredieten, leunen ondernemers vaker op crediteuren.
Ondernemers betalen hun eigen leveranciers later om tijdelijk meer financiële ruimte te houden. Dat betekent dat ze openstaande facturen feitelijk gebruiken als financieringsinstrument. Op korte termijn kan dit helpen, maar het risico is dat leveranciers strengere voorwaarden kunnen stellen of niet meer willen leveren.
“Leunen op crediteuren leidt vaak tot gezeur,” waarschuwt Ziengs. Zodra één bedrijf later betaalt, komt ook de leverancier onder druk te staan. Zo kunnen betalingsproblemen zich als een olievlek door de economie verspreiden.
Bovendien kunnen betalingsachterstanden snel leiden tot grotere financiële problemen. Wanneer ondernemers moeite hebben om leveranciers op tijd te betalen, kan dat uiteindelijk ook gevolgen hebben voor andere verplichtingen, zoals het afdragen van btw of loonbelasting. Hierdoor kunnen extra kosten en boetes ontstaan, waardoor ondernemers opnieuw financiële ruimte moeten zoeken. Zo kan een tijdelijke liquiditeitskrapte uitgroeien tot een groter probleem binnen de bedrijfsvoering.
Zzp’ers voelen gevolgen van late betalingen sneller
In principe geldt een wettelijke betaaltermijn van 30 of 60 dagen, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt. Veel zzp’ers werken bijvoorbeeld met een termijn van veertien dagen. Zo kunnen zij hun inkomsten en uitgaven beter op elkaar afstemmen. Zelfstandigen hebben vaak minder financiële buffers dan grotere bedrijven en zijn daardoor afhankelijker van een voorspelbare geldstroom.
Wanneer klanten later betalen dan afgesproken, kan dat snel extra druk zetten op de financiële ruimte van een zelfstandig ondernemer. Dit kan gevolgen hebben voor onder meer investeringen, het betalen van vaste lasten en de mogelijkheid om nieuwe opdrachten uit te voeren of te groeien.
Wat kun je als ondernemer doen?
Door inflatie, stijgende loonkosten en economische onzekerheid blijft de druk op het werkkapitaal van veel bedrijven hoog. Ondernemers die hun debiteurenbeheer op orde hebben, sneller factureren en actief sturen op betalingsgedrag, zijn over het algemeen beter bestand tegen economische tegenwind. Dat betekent onder meer dat bedrijven duidelijke betaalafspraken maken, kortere betaaltermijnen hanteren en waar mogelijk werken met aanbetalingen. Ook directe betaling bij oplevering kan helpen om de kasstroom gezond te houden.
Daarnaast is het belangrijk om openstaande facturen actief op te volgen en niet te lang te wachten met ingrijpen wanneer betalingen uitblijven. Leveranciers kiezen zelf ook vaak voor strengere voorwaarden, zoals het beperken van kredietruimte of het tijdelijk stopzetten van leveringen wanneer facturen openstaan.
Regelmatige liquiditeitsprognoses, een scherp overzicht van inkomsten en uitgaven en tijdig bijsturen bij betalingsachterstanden helpen ondernemers om grip te houden op hun financiële positie.
Oproep van de overheid
Minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat roept bedrijven, overheden en andere opdrachtgevers daarom op om facturen op tijd te betalen en tijdig met elkaar in gesprek te gaan wanneer stijgende kosten bestaande contracten onder druk zetten.
Volgens haar kan zo worden voorkomen dat financiële problemen, bijvoorbeeld als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, zich verspreiden naar leveranciers, mkb-bedrijven en werknemers. Het kabinet benadrukt dat organisaties moeten samenwerken om economische schade te beperken en wijst erop dat wettelijke betaaltermijnen moeten worden nageleefd: maximaal 60 dagen tussen bedrijven onderling, en 30 dagen voor grote bedrijven richting het mkb en voor de overheid.