Van loondienst naar zzp? Animo daalt licht in 2025
4 op die 10 werknemers willen (misschien) zzp’er worden. Toch lijkt de daadwerkelijke stap naar het zzp-schap iets minder vanzelfsprekend dan een paar jaar geleden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers over arbeidsgedrag van Intelligence Group.
Van de werknemers zegt 14% dat zij graag zzp’er willen worden. Nog eens 24% antwoordt ‘misschien’ op de vraag of zij hun baan in loondienst zouden willen inruilen voor zelfstandig ondernemerschap. Samen is dat bijna vier op de tien werknemers. Tegelijkertijd wil 55% niet de overstap maken en 7% weet het niet.
Lichte afname ten opzichte van 2024
De ambitie om te starten als zelfstandig ondernemer is iets afgenomen vergeleken met een aantal jaren terug. In het eerste kwartaal van 2024 gaf nog 17% aan zeker als zzp’er te willen werken, en 26% antwoordde ‘misschien’. Dat was vóór de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid. Hoewel de percentages dalen, is de ondernemersdroom zeker niet verdwenen.
Onder mannen is de wens om zzp’er te worden iets groter dan onder vrouwen. Dat is in lijn met de praktijk: de man-vrouwverdeling onder zzp’ers is 63% tegenover 37%. Bij werknemers is deze verdeling bijna gelijk.
Zzp’er wil vaker loondienst overwegen
Onder de zzp’ers geeft 11% aan liever in loondienst te werken. Nog eens 38% zegt ‘misschien’ (weer) in dienst te willen. Bijna de helft (48%) van de zzp’ers wil zeker niet in loondienst en 3% weet het niet. In 2024 gaf 51% van de zzp'ers aan niet in loondienst te willen. Iets meer zelfstandigen staan dus open voor werknemerschap.
Zelfstandigen lijken iets minder uitgesproken over hun keuze dan voorheen. Onzekerheid over regelgeving, handhaving en inkomenszekerheid spelen daarin een rol. Dat blijkt ook uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2025 zijn minder mensen gestart als zzp’er. Ook gingen meer zzp’ers terug naar loondienst.
Jongeren ambitieus, ouderen honkvast
De wens om zzp’er te worden verschilt sterk per leeftijdsgroep. Zo geeft 22% van de jonge werknemers (15 tot 24 jaar) aan zzp’er te willen worden. Bij oudere werknemers ligt dat percentage aanzienlijk lager. Hoe ouder de werknemer, hoe lager het percentage dat ‘ja’ zegt tegen het zelfstandig ondernemerschap.
Aan de andere kant zijn oudere zzp’ers juist het minst geneigd om terug te keren naar loondienst. Van de zelfstandigen boven de 50 jaar wil slechts 7% weer in dienstverband werken. Bij zzp’ers onder de 25 jaar is dat 20%. Toch is het aantal jonge zzp’ers sterk gedaald. In 2025 hadden 86.000 jongeren een hoofdbaan als zzp’er, dat zijn er 19.000 minder dan een jaar eerder.
Ook het opleidingsniveau speelt mee. Werknemers met een afgeronde wo-opleiding geven met 17% relatief vaker aan te willen starten als zelfstandige. Opvallend is de ontwikkeling onder praktisch opgeleide zzp’ers. Het aantal zelfstandigen met een vmbo-opleiding dat liever in loondienst wil werken, steeg in één jaar van 6 naar 16%. Volgens cijfers van het CBS is deze groep inderdaad oververtegenwoordigd onder zzp’ers die terugkeren naar werknemerschap.
Van wens naar werkelijkheid
Autonomie over werk is de belangrijkste drijfveer om de overstap naar het zzp-schap te maken. Het zelf kunnen bepalen hoeveel en wanneer je werkt, zijn de belangrijkste redenen om te starten. Hoewel 38% van de werknemers (misschien) zzp’er wil worden, zet slechts een klein deel daadwerkelijk de stap.
De Kamer van Koophandel (KVK) registreerde in 2025 ongeveer 178.000 startende zzp’ers, tegenover 206.000 in 2024. Dat komt neer op ongeveer 2% van alle werknemers in loondienst.