Wet DBA zorgt voor flinke krimp flexmarkt: minder opdrachten voor hogeropgeleide zzp’ers

Minder opdrachten hogeropgeleide zzp'ers

De markt voor hogeropgeleide zzp’ers en andere flexprofessionals is de afgelopen anderhalf jaar flink gekrompen. Sinds eind 2024 is het aantal opdrachten voor zelfstandigen met 42 procent afgenomen. Tegelijkertijd zijn de tarieven van zelfstandigen en gedetacheerden niet gedaald, maar ongeveer meegestegen met de inflatie.

Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener HeadFirst Group en arbeidsmarktdata-specialist Intelligence Group. De ontwikkeling valt samen met de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Inmiddels zijn tienduizenden zzp’ers en gedetacheerden gestopt of in loondienst gegaan. Toch blijft de markt voor flexprofessionals onder druk staan. Door het dalende aantal opdrachten is het gemiddeld moeilijker geworden om als zelfstandige of gedetacheerde voldoende werk te vinden.

Minder hogeropgeleide professionals als zzp’er

Het onderzoek laat zien dat het aandeel hogeropgeleide professionals dat als zelfstandige werkt, in korte tijd duidelijk is afgenomen. Van de circa 775.000 hogeropgeleide werkenden in de onderzochte groep werkte eind juni 18 procent als zelfstandige. Eind 2024 was dat nog 22 procent.

Een deel van deze professionals is inmiddels in loondienst gegaan. Ook het aantal gedetacheerden nam af. Daardoor is niet alleen het aantal zelfstandigen kleiner geworden, maar is de volledige flexibele schil gekrompen.

Voor professionals die wel als zelfstandige actief blijven, betekent dit dat er meer concurrentie kan ontstaan om een kleiner aantal opdrachten. Een opdracht vinden kan daardoor lastiger worden.

Overheid verkleint flexibele schil

De ontwikkeling verschilt sterk per sector. Vooral bij de overheid is de flexibele schil kleiner geworden. Bij lokale en provinciale overheden daalde het aandeel flexwerkers van 13 procent vier jaar geleden naar 7 procent nu.

Ook in de energiesector is een forse daling zichtbaar: daar daalde het aandeel flexibele professionals van 25 naar 11 procent. In de financiële dienstverlening ging het aandeel van 28 naar 18 procent.

Niet in iedere sector is sprake van dezelfde ontwikkeling. In de logistiek, transport en productie nam het aandeel flexprofessionals juist toe, van 8 procent in 2022 naar 12 procent nu. Toch daalt ook daar het aantal beschikbare opdrachten.

Tarieven blijven overeind

Opvallend is dat de krimpende markt voorlopig niet heeft geleid tot lagere tarieven. Het gemiddelde uurtarief van zzp’ers en gedetacheerden is volgens het onderzoek ongeveer met de inflatie meegestegen.

Dat betekent dat opdrachtgevers minder professionals inhuren, maar voor de specialistische kennis wel de gevraagde uurtarieven blijven betalen. Voor zzp’ers is dat een belangrijk verschil. Het probleem zit momenteel vooral aan de vraagkant: er zijn minder opdrachten beschikbaar voor flexwerkers en dat betekent niet automatisch dat zzp’ers hun tarieven moeten verlagen.

Minder opdrachten betekent niet dat zzp’ers verdwijnen

De cijfers van HeadFirst Group en Intelligence Group laten zien dat de markt voor externe professionals verandert. Het aantal opdrachten neemt af, terwijl een deel van de professionals overstapt naar loondienst of een andere flexibele werkvorm.

Maar dat betekent niet dat er geen ruimte meer is voor zelfstandigen. Specialistische kennis blijft schaars en organisaties hebben nog steeds behoefte aan professionals die tijdelijk specifieke expertise kunnen leveren.

Voor zzp’ers wordt het daarom belangrijker om zich duidelijk te onderscheiden. Specialisatie, actuele kennis en een sterk netwerk kunnen helpen om ook in een krappere opdrachtenmarkt aantrekkelijk te blijven voor opdrachtgevers.

Daarnaast zijn er binnen sommige vakgebieden juist nieuwe kansen. In de ICT groeit bijvoorbeeld de vraag naar specialistische kennis van kunstmatige intelligentie (AI). Eerder onderzoek van HeadFirst Group en Intelligence Group laat zien dat de vraag naar AI-vaardigheden bij tijdelijke ICT-opdrachten ten opzichte van 2024 met ruim 120 procent is toegenomen.

Wet DBA zorgt voor meer onzekerheid

De strengere handhaving van de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) speelt een belangrijke rol in de veranderende markt. Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers lopen daarbij het risico op naheffingen wanneer een arbeidsrelatie volgens de Belastingdienst eigenlijk een dienstverband is. Die onzekerheid werkt door in de keuzes van bedrijven. Sommige opdrachtgevers kiezen ervoor minder zzp’ers in te huren en geven de voorkeur aan een arbeidsovereenkomst of detachering.

Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen schijnzelfstandigheid en zelfstandig ondernemerschap. De Wet DBA verbiedt het werken als zzp’er niet. De vraag is vooral of iemand in de praktijk daadwerkelijk als zelfstandige werkt of eigenlijk een werknemer is.

Nieuwe zzp-wetgeving in de maak

Ondertussen wordt er gewerkt aan nieuwe regels voor zelfstandigen. Het kabinet wil de huidige Wet DBA op termijn vervangen door de Zelfstandigenwet, waarin ondernemerschap nadrukkelijker als uitgangspunt moet gelden bij de beoordeling of iemand als zzp’er werkt.

Daarnaast wil het kabinet versneld de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst invoeren voor zzp’ers met een laag uurtarief. Volgens de huidige plannen gaat het om zelfstandigen die maximaal € 38 per uur verdienen. Zij kunnen zich in dat geval makkelijker op een arbeidsovereenkomst beroepen, waarna de opdrachtgever moet aantonen dat er toch sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Wat betekent dit voor zzp’ers?

Voor zzp’ers betekent dit dat de komende jaren veranderingen in de regels te verwachten zijn. Het is daarbij belangrijk om niet alleen naar het contract te kijken, maar vooral naar de manier waarop de opdracht in de praktijk wordt uitgevoerd.

Een opdrachtgever kan bijvoorbeeld niet simpelweg in een overeenkomst ondertekenen vastleggen dat iemand als zzp’er werkt. De feitelijke samenwerking is bepalend. Zzp’ers doen er daarom goed aan om kritisch te kijken naar hun positie. Denk aan de mate waarin zij zelf bepalen hoe en wanneer zij het werk uitvoeren, of zij ondernemersrisico lopen en of zij zich daadwerkelijk als ondernemer op de markt presenteren.

Ook een gezonde spreiding van opdrachtgevers kan belangrijk zijn. Wie als zelfstandige structureel afhankelijk is van één opdrachtgever, loopt eerder tegen vragen over de zelfstandige positie aan. Het hebben van meerdere opdrachtgevers is overigens geen automatische garantie dat iemand door de Belastingdienst als ondernemer wordt gezien.

De komende periode zal duidelijk worden hoe opdrachtgevers zich aanpassen aan de strengere handhaving en de invoering van nieuwe wetgeving. Zolang bedrijven onzeker zijn over de regels, kunnen zij terughoudend zijn met het inhuren van zelfstandigen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *