Aantal starters groeit, minder ondernemers stoppen

Vrouw met laptop

Na een periode van daling zit het aantal startende bedrijven weer in de lift. In het eerste kwartaal van 2026 nam het aantal nieuwe ondernemingen toe, terwijl juist minder ondernemers stopten. Ook het aantal faillissementen daalde. Dat blijkt uit het nieuwste trendrapport van de Kamer van Koophandel (KVK).

Het KVK Trendrapport 2026 biedt inzicht in de ontwikkeling van het aantal bedrijven in Nederland over de afgelopen 10 jaar. Daarbij wordt gekeken naar het aantal vestigingen, starters, stoppers en faillissementen. In deze editie staat een vergelijking centraal tussen het eerste kwartaal van 2026 en dezelfde periode in 2025. Ook geeft het rapport inzicht in het aantal zzp’ers binnen het totale aantal bedrijven in Nederland.  

Op 31 maart 2026 stonden in totaal 2.601.125 vestigingen ingeschreven bij de KVK. Dat is een stijging van 0,9 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025.  

Aantal starters trekt weer aan

Het aantal startende ondernemingen nam meerdere kwartalen op rij af. Die dalende trend is tot stilstand gekomen, blijkt uit de cijfers van de KVK. In het eerste kwartaal van 2026 steeg het aantal nieuwe ondernemingen met 2 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Daarmee kwam het aantal starters uit op 61.604. Van het aantal starters is 79 procent zzp’ers. Dat zijn in totaal 48.727 startende zzp’ers.

In de meeste sectoren is het aantal starters toegenomen. De Specialistische zakelijke diensten is de sector met de meeste starters (18 procent). Gevolgd door de sectoren Handel (15 procent) en Bouwnijverheid (11 procent).

Toch zijn er uitzonderingen. In onder meer de Gezondheids- en welzijnssector en de Kunst, cultuur, sport en recreatie nam het aantal startende ondernemingen juist af. Volgens Josette Dijkhuizen, ondernemer en bijzonder hoogleraar, speelt onzekerheid rond regelgeving hierbij een belangrijke rol.

“Door onzekerheid over regelgeving en schijnzelfstandigheid zien we dat zzp’ers en opdrachtgevers een nieuwe balans zoeken. In sectoren met traditioneel veel zelfstandigen, zoals zorg en cultuur, resulteert dat in minder starters. Voor veel ondernemers is het daar op dit moment minder aantrekkelijk geworden, waardoor zij terughoudender zijn geworden. Het lagere aantal stoppers betekent waarschijnlijk dat zelfstandigen die twijfelden, inmiddels hun keuze hebben gemaakt en al zijn gestopt,” aldus Dijkhuizen.

Aantal stoppende ondernemers gedaald

Opvallend is dat het aantal ondernemers dat stopt voor het eerst in 2,5 jaar is gedaald: 10 kwartalen op rij nam het aantal stoppers toe. In het eerste kwartaal van 2026 is er sprake van een daling. In het afgelopen kwartaal stopten 62.896 ondernemers met hun bedrijf. Vorig jaar waren dit er nog 67.777. Daarmee daalde het aantal stoppers met 7,2 procent.

De meeste stoppers bevinden zich in de sectoren Handel (19 procent), Specialistische zakelijke diensten (16 procent) en de Gezondheids- en welzijnszorg (12 procent). Van de gestopte vestigingen is 68 procent zzp’er. Dat komt neer op 42.730 stoppende zzp’ers.

In de sectoren Bouwnijverheid (84 procent), Onderwijs (83 procent) en Gezondheids- en welzijnszorg (80 procent) stopten de meeste zzp’ers.

Het aantal faillissementen nam ook af. In het eerste kwartaal van 2026 lag het aantal uitgesproken faillissementen op 795, dat is 10,9 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar.

Voorzichtig herstel, maar onzekerheid blijft

De combinatie van meer starters, minder stoppers en dalende faillissementen zorgt voor een lichte groei van het totaal aantal bedrijven. Dat wijst op een voorzichtige stabilisatie van de bedrijvendynamiek in Nederland.

Toch is er geen reden voor al te veel optimisme, waarschuwt Dijkhuizen. “Dynamiek hoort bij een ondernemend land als Nederland, maar indien de dynamiek door veel onrust ontstaat, zoals nu met de geopolitieke onzekerheid en andere grote vraagstukken, kan dat ontwrichtend werken. Zeker met het oog op een verdere verslechtering van het consumentenvertrouwen in de afgelopen maand, zegt een stabilisering van aantallen ondernemers nog niet wat er werkelijk in de markt aan het gebeuren is,” aldus Dijkhuizen.

Aantal en aandeel zzp’ers per sector

Uit het rapport van de KVK blijkt dat ruim twee op de drie bedrijven in Nederland een zzp’er is. Daarmee vormen zelfstandigen veruit de grootste groep binnen het Nederlandse bedrijfsleven. Op 1 april 2026 stonden 1.793.371 zzp’ers ingeschreven bij de KVK.

Het aantal zzp’ers ligt het hoogst in de sectoren Onderwijs, Overige dienstverlening en Bouwnijverheid. In deze branches wordt relatief vaak gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap. In de sectoren Verhuur van en handel in onroerend goed, Energievoorziening en Financiële diensten is het aandeel zzp’ers juist het laagst. Daar domineren vaak grotere organisaties en andere rechtsvormen.

Eenmanszaak favoriet onder starters

Van de starters kiest 73 procent voor de rechtsvorm eenmanszaak. Het aantal nieuwe eenmanszaken nam in het eerste kwartaal van 2026 toe met 3,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal starters dat kiest voor de rechtsvorm besloten vennootschap (bv) steeg met 3,5 procent. Inmiddels start circa 1 op de 5 ondernemers met een bv.

De vennootschap onder firma (vof) blijft een stuk minder populair. Slechts 6 procent van de starters kiest voor deze rechtsvorm. In het eerste kwartaal van 2026 daalde het aantal nieuwe vof’s bovendien fors, met 14,7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Welke rechtsvorm het beste past, verschilt per ondernemer. Een eenmanszaak is snel en eenvoudig op te zetten, terwijl een bv interessanter kan zijn bij hogere winsten of meer risico. Wie twijfelt of een eenmanszaak of bv de beste keuze is, doet er goed aan zich vooraf te laten adviseren en verder te kijken dan alleen de startfase.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *