Arbeidsmarkt blijft krap: meer deeltijders willen extra werken

Kantoor met werknemers

De werkloosheid in Nederland daalde in april 2026 licht naar 3,9 procent van de beroepsbevolking. Tegelijkertijd groeit de groep werknemers die méér uren willen werken. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor ondernemers betekent dit dat personeel vinden nog altijd een uitdaging is, maar dat er wel meer ruimte ontstaat om bestaande medewerkers extra uren aan te bieden.

De arbeidsmarkt blijft voor veel ondernemers onverminderd gespannen. Uit eerder onderzoek blijkt dat mkb-ondernemers vaak vastlopen door personeelstekorten, waardoor groei of uitbreiding van de onderneming wordt geremd. Wanneer het aantal deeltijdwerkers dat meer uren wil werken toeneemt, wijst dit op een onbenut arbeidspotentieel. Dit biedt werkgevers kansen om vacatures (deels) intern op te lossen, bijvoorbeeld door contracten uit te breiden of flexibelere met roosters om te gaan.

Aantal werklozen in april gedaald

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat het aantal werklozen in april uitkwam op 397.000. Dat zijn er minder dan in maart, toen de werkloosheid nog op 4 procent lag. Over de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen gemiddeld met 6.000 per maand af.

Tegelijkertijd steeg het aantal mensen met betaald werk licht. Volgens het CBS kwamen er gemiddeld 3.000 werkenden per maand bij. Het aantal WW-uitkeringen bleef ondertussen relatief stabiel. Eind april telde UWV ruim 203.000 lopende WW-uitkeringen. Dat is 0,5 procent meer dan een maand eerder.

Krapte voelbaar voor ondernemers

Veel sectoren kampen met personeelstekorten. Dit remt in verschillende branches de groei en zorgt ervoor dat vacatures langer open blijven staan.

Opvallend is dat steeds meer deeltijders aangeven méér uren te willen werken. In het eerste kwartaal van 2026 ging het om 574.000 zogenoemde onderbenutte deeltijders: werknemers die extra uren willen werken en hiervoor ook beschikbaar zijn. Dat zijn er 40.000 meer dan hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Gemiddeld willen zij 8,5 uur per week extra werken. Vooral onder hbo’ers en universitair geschoolden neemt die groep toe. Voor werkgevers kan dat kansen bieden om vacatures intern op te vullen of de inzetbaarheid van personeel te vergroten zonder direct nieuw personeel aan te trekken.

Hoogopgeleiden willen vaker meer uren werken

Een opvallende trend zit bij hoger opgeleide werknemers. Werknemers met een hbo- of wo-diploma en die geen onderwijs volgen, geven vaker aan meer uren te willen werken. Het gaat hierbij om 145.000 hoogopgeleide deeltijders, tegenover 120.000 een jaar eerder.

Ook mensen die wel onderwijs volgen willen meer uren werken. Zij willen bijvoorbeeld meer werken in een bijbaan of zijn op zoek naar een grotere baan bij afronding van hun opleiding. Van de 574.000 onderbenutte deeltijders volgen er 273.000 onderwijs.

Dat biedt kansen voor werkgevers die kampen met capaciteitsproblemen. Zeker in sectoren waar specialistische kennis schaars is, kan het aantrekkelijker worden om huidige medewerkers uit te breiden in uren in plaats van te zoeken naar nieuwe werknemers.

Beweging op de arbeidsmarkt

De cijfers van het CBS laten zien dat de arbeidsmarkt in beweging blijft. In april vonden 155.000 werklozen een baan en verlieten 107.000 mensen de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd verloren 120.000 werkenden hun baan en kwamen 124.000 mensen opnieuw de arbeidsmarkt op om werk te zoeken.

Volgens het CBS daalde de werkloosheid vooral doordat minder mensen vanuit de niet-beroepsbevolking op zoek gingen naar werk zonder direct een baan te vinden. Daarnaast stopten meer werklozen tijdelijk met zoeken.

Kansen voor ondernemers

Hoewel de totale werkloosheid op maandbasis daalde, lag het aantal werklozen in het eerste kwartaal van 2026 hoger dan een jaar eerder: 428.000 tegenover 407.000. Naast de groei van het aantal onderbenutte deeltijders is er dus ook sprake van een toename van het aantal werklozen. Opvallend is dat ook deze groep aangeeft meer uren te willen werken. Werklozen zeggen gemiddeld 26,1 uur per week te willen werken, tegenover 25,5 uur een jaar eerder.

Door die combinatie van meer mensen die beschikbaar zijn en een toenemende wens om extra uren te werken, loopt de totale onderbenutting op de arbeidsmarkt verder op. Omgerekend naar voltijdequivalenten (vte’s), stijgt dit van 370.000 naar 401.000 vte’s, waarbij zowel werklozen als onderbenutte deeltijders worden meegeteld. Dat wijst op een groeiend onbenut arbeidspotentieel binnen de Nederlandse economie.

Voor ondernemers kan dit op termijn betekenen dat de beschikbaarheid van arbeid in bepaalde sectoren geleidelijk toeneemt. Tegelijk blijft de situatie per branche sterk verschillen: waar sommige sectoren nog altijd kampen met krapte, ontstaat in andere segmenten iets meer ruimte om personeel in te zetten of uren uit te breiden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *