Bijgewerkt:

Cao-lonen stijgen met 4,5 procent in eerste kwartaal 2026

Euro's

De cao-lonen in Nederland zijn in het eerste kwartaal van 2026 met 4,5 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De loonstijging blijft daarmee stevig, maar neemt wel verder af. In dezelfde periode vorig jaar lag de stijging namelijk nog op 5,4 procent. Over heel 2025 stegen de lonen met 5 procent.

De afzwakkende trend is al langer zichtbaar. Sinds de piek in het derde kwartaal van 2024, toen de cao-lonen met 6,8 procent stegen, neemt het tempo geleidelijk af. Toch liggen de stijgingspercentages nog altijd op een relatief hoog niveau, zeker vergeleken met de jaren vóór 2022. Voor ondernemers betekent dit dat de druk op de loonkosten voorlopig blijft bestaan. Driekwart van de Nederlandse werknemers valt onder een cao.

Werknemers gaan er opnieuw op vooruit

Gecorrigeerd voor inflatie zijn de lonen in het eerste kwartaal met 2,0 procent gestegen. Daarmee is de reële loonontwikkeling al tien kwartalen op rij positief. Wie inzoomt op de cijfers, ziet dat de loonontwikkeling sterk verschilt per sector.

In de particuliere sector stegen de lonen het hardst, met een toename van 4,9 procent. Net als vorig jaar blijft dit segment de motor achter de loonstijgingen. Werknemers in de overheidssector kregen er het minste loon bij. Hier stegen de lonen gemiddeld met 3,4 procent. Gesubsidieerde instellingen zitten daar tussenin, met een stijging van 4,1 procent.

Grote verschillen tussen bedrijfstakken

Binnen de verschillende bedrijfstakken vallen een paar duidelijke uitschieters op. Zo stegen de lonen in de verhuur en handel van onroerend goed (woningcorporaties) met maar liefst 8,1 procent. Opvallend, omdat de lonen in deze sector een jaar eerder nog stilstonden.

Ook in de bouwnijverheid blijft de loonontwikkeling stevig, met een stijging van 7,2 procent. Dat onderstreept hoe groot de vraag naar personeel in deze sector nog altijd is.

Aan de onderkant van de lijst van het CBS staan de waterbedrijven en afvalbeheer, waar de lonen met 1,7 procent het minst stegen. Ook in het openbaar bestuur blijft de groei met 3,0 procent relatief beperkt.

Deze verschillen laten zien dat de dynamiek per sector uiteenloopt. Voor ondernemers is het daarom belangrijk om niet alleen naar landelijke gemiddelden te kijken, maar vooral naar de ontwikkelingen binnen de eigen branche. Het mediane salaris in het mkb is in het eerste kwartaal van 2026 met 3,2 procent gestegen, blijkt uit de nieuwste loonindex van Van Spaendonck.

Totale loonkosten blijven oplopen

Niet alleen de lonen zelf gaan omhoog, ook de totale loonkosten voor werkgevers stijgen mee. De contractuele loonkosten – de cao-lonen plus werkgeverspremies (pensioen en verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorg) – stegen in het eerste kwartaal van 2026 met 4,4 procent. Dat is vrijwel dezelfde ontwikkeling als bij de cao-lonen.

Daarbij spelen ook wijzigingen in premies een rol. Zo is de werkgeversheffing voor de zorgverzekeringswet (Zvw) gedaald, terwijl de premie Whk (Werkhervattingskas) juist is gestegen.

Vrees voor te hoge loonafspraken

De ontwikkeling van de cao-lonen zorgt voor spanning aan de onderhandelingstafels. Werknemers en vakbonden zien dat er nog ruimte is voor verbetering. Tegelijkertijd wijzen werkgevers juist op de oplopende kosten en de impact op hun concurrentiepositie. Nieuwe loonstijgingen zouden volgens hen kunnen leiden tot reorganisaties en banenverlies.

Werkgeversorganisaties roepen daarom op tot terughoudendheid en waarschuwen dat te hoge loonafspraken gevolgen kunnen hebben voor het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid.

Vakbonden blijven vasthouden aan stevige looneisen. In sommige sectoren wordt nog altijd ingezet op verhogingen van rond de 6 procent of meer, mede door de recente opleving van de inflatie en de oorlog in het Midden-Oosten.

“De inflatie is niet op het niveau van 2022 en de lonen en koopkracht zijn al flink gestegen de afgelopen jaren. Het is dus niet verstandig en we moeten vooral kijken wat dit op lange termijn betekent,” legt een woordvoerder van werkgeversorganisatie AWVN uit.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *