ERE-regeling definitief: dit betekent laden thuis en op de zaak voor ondernemers

Laadstekker aangesloten op elektrische auto op bedrijfslocatie

De ERE-regeling is definitief. De Eerste Kamer stemde op 31 maart 2026 in met een wetswijziging, waarmee de overstap van HBE naar ERE (emissiereductie-eenheden) politiek rond is. Voor ondernemers klinkt dat in eerste instantie als technisch beleid, maar in de praktijk gaat het al snel over iets heel concreets: welke geladen stroom telt mee, wie mag die laten inboeken en wie profiteert van de waarde die daaruit ontstaat?

Dat speelt niet alleen bij ondernemers die hun eigen elektrische auto aan huis laden. Het raakt ook werkgevers met personeel in een elektrische auto van de zaak, bedrijven met laadpalen op de eigen locatie en ondernemers die hun laadpunt op het werk ook door derden laten gebruiken. Juist in die gemengde situaties lopen techniek, administratie en contracten door elkaar.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft de hoofdlijnen van de systematiek uitgewerkt. Voor ondernemers draait het daardoor al snel om een praktische vraag: welke laadstroom telt mee voor deze regeling, via welke route loopt het inboeken en wie heeft recht op de waarde die daaruit ontstaat?

De ERE-regeling voor ondernemers kort samengevat

Wat is het doel van de ERE-regeling?

Met de ERE-regeling wil de overheid schoner vervoer niet meer alleen belonen op basis van de hoeveelheid hernieuwbare energie, maar vooral op basis van de aantoonbare reductie van uitstoot in de keten. Het idee daarachter is simpel: duurzame elektriciteit voor vervoer heeft niet alleen energiewaarde, maar ook klimaatwaarde, omdat daarmee uitstoot van fossiele brandstoffen wordt vermeden.

Die vermeden uitstoot wordt binnen de regeling niet gezien als klassieke CO2-compensatie, maar als meetbare emissiereductie die administratief kan worden vastgelegd. En juist daar komt de ERE-regeling in beeld: deze zet geladen stroom, via vaste rekenregels, om in een waarde die gekoppeld is aan CO2-reductie in de vervoersketen.

Voor ondernemers kan dat interessant zijn, omdat laden daardoor niet alleen een kostenpost of voorziening is, maar onder voorwaarden ook extra waarde kan vertegenwoordigen. Zo kun je én duurzaam ondernemen, én er een voordeeltje mee behalen.

De ERE-regeling zet meetbare laadstroom om in een verhandelbare waarde voor emissiereductie in vervoer.

Wanneer de laadbeurt meetelt

De kern van de regeling is simpel: niet de auto zelf, maar de gemeten levering van elektriciteit aan vervoer staat centraal. Alleen de kWh die via het laadpunt goed meetbaar zijn en aantoonbaar aan voertuigen zijn geleverd, kunnen worden meegenomen.

Meetbaarheid

Daar zit meteen het eerste verschil tussen theorie en praktijk. Een ondernemer die een eigen laadpaal aan huis heeft, kan niet automatisch aannemen dat elke geladen kWh ook echt meetelt. De meetbaarheid van het laadpunt, de koppeling met de juiste aansluiting en de manier waarop de stroom wordt geregistreerd, zijn bepalend.

Inboekdienstverlener

Bij bedrijven komt daar nog iets bij: wie onder de grens van 2 miljoen kWh per jaar blijft, mag die laadstroom niet zelf inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). Dan loopt dat via een inboekdienstverlener. Dat geldt dus niet alleen voor particulieren, maar ook voor veel kleinere ondernemers en mkb-bedrijven met één of enkele laadpunten.

Voor veel ondernemers betekent dat dat niet alleen de techniek telt, maar ook de administratieve route erachter. Een inboekdienstverlener bundelt leveringen, regelt de registratie in het REV en ontvangt daarvoor de ERE’s. Die partij sluit ook het contract en is verantwoordelijk voor de correctheid van de inboeking.

Hier moet je op letten

Wie als ondernemer met ERE-certificaten aan de slag wil, moet verder kijken dan alleen de laadpaal.

Een laadpunt moet goed meten

In de praktijk betekent dat meestal een laadpaal met een geïntegreerde MID-gecertificeerde kWh-meter. Zonder zo’n meter kan het soms ook, maar alleen als er een exclusief allocatiepunt is waarachter uitsluitend het verbruik van de laadpaal plaatsvindt. Zodra ander stroomverbruik meeloopt, wordt het lastig om aan te tonen welke elektriciteit echt naar vervoer is gegaan.

Kleinverbruikers kunnen niet zomaar zelf inboeken

Voor bedrijven geldt een duidelijke drempel: pas vanaf 2 miljoen kWh per jaar mag je elektriciteitsleveringen voor vervoer zelf in het REV registreren. Daaronder ben je aangewezen op een inboekdienstverlener. Particulieren moeten sowieso een inboekdienstverlener inschakelen.

Je kiest niet vrijblijvend voor zo’n dienstverlener

De machtiging loopt ten minste per kalenderjaar. Voor particulieren geldt bovendien dat je maar bij één inboekdienstverlener tegelijk aangesloten kunt zijn en dat tussentijds overstappen niet zomaar kan. Ook voor ondernemers is het dus verstandig om vooraf goed te kijken met welke partij je werkt en onder welke voorwaarden.

De NEa keurt inboekdienstverleners niet vooraf goed

De toezichthouder voert de regels uit en houdt toezicht, maar accrediteert of certificeert deze partijen niet. Dat betekent dat je als ondernemer zelf kritisch moet kijken naar contracten, administratie en transparantie.

Thuis laden of op het werk laden: dat maakt wel degelijk verschil

Voor een ondernemer die zijn eigen elektrische auto aan huis laadt, is de situatie nog het meest overzichtelijk. Daar draait het vooral om de vraag of het laadpunt goed meet, of de aansluiting klopt en of de registratie via de juiste partij loopt.

Bij een werknemer met een auto van de zaak die thuis laadt, wordt het ingewikkelder. Dan kunnen stroomkosten, vergoeding en ERE-waarde al snel bij verschillende partijen uitkomen.

Op de zaak

Op de bedrijfslocatie verschuift het perspectief. Een laadpaal is daar niet alleen een voorziening voor de eigen auto of het eigen wagenpark, maar kan ook extra laadvolume opleveren. En juist dat maakt de regeling financieel interessanter: hoe meer aantoonbaar geladen kWh via zo’n laadpunt lopen, hoe relevanter ERE kan worden.

Gebruik door derden

Dat geldt helemaal als ook anderen daar laden. Denk aan medewerkers, klanten, gasten of zakelijke bezoekers. Meer gebruik kan de businesscase versterken, maar dan moet je wel scherp hebben wie laadt, via welke aansluiting dat loopt, wie de levering laat inboeken en aan wie de eventuele waarde toekomt.

Extra waarde

Een zakelijke laadpaal die ook door derden wordt gebruikt, is dus niet alleen een faciliteit, maar kan ook een extra waardecomponent krijgen. Juist daarom is het verstandig om niet alleen naar bezettingsgraad en stroomkosten te kijken, maar ook naar registratie, voorwaarden en onderlinge afspraken. Zonder die laag wordt een kans op extra waarde al snel een bron van onduidelijkheid.

Auto van de zaak thuis laden: daar wordt het pas echt ingewikkeld

Voor veel werkgevers en werknemers zit hier waarschijnlijk de meest praktische vraag. Want wat gebeurt er als een werknemer een elektrische auto van de zaak heeft en die thuis laadt? Of als je als ondernemer een elektrische auto van de zaak hebt en die zowel thuis als op de zaak laadt?

Dan lopen er al snel drie stromen door elkaar:

Dat betekent niet automatisch dat de partij die de stroom vergoedt ook degene is die recht heeft op de waarde van die laadstroom. En andersom geldt hetzelfde: de partij die de registratie regelt, is niet per definitie ook degene die de energiekosten draagt.

Voor werkgevers is dit absoluut geen detail. Als thuisladen structureel onderdeel is van het mobiliteitsbeleid, dan is het verstandig om deze vraag ook mee te nemen in de afspraken met werknemers, leasemaatschappijen en eventuele laad- of backofficepartijen.

Bij ERE krijgt geladen stroom pas waarde als meting, aansluiting en registratie kloppen.

Waar het vaak misgaat in de verwachtingen

De regeling trekt begrijpelijk veel aandacht, maar er ontstaan ook snel aannames die te kort door de bocht zijn.

Eigen zonnestroom telt thuis niet automatisch volledig mee

Voor huishoudens wordt geen onderscheid gemaakt tussen stroom uit het net en direct opgewekte stroom op eigen locatie. Voor netstroom geldt in 2026 een hernieuwbaar aandeel van 50,5%. Dat netgemiddelde is dus leidend in deze systematiek.

Een vaste opbrengst per kWh staat niet vast

Er is geen officieel bevestigde standaardvergoeding per geladen kilowattuur. Wie nu al rekent met een gegarandeerd bedrag, loopt vooruit op iets dat niet hard is bevestigd.

Een laadpaal alleen is niet genoeg

Een laadpunt kan technisch prima zijn, terwijl de aansluiting, machtiging, registratie of contracten niet goed op elkaar aansluiten. Voor ondernemers is dit dus geen subsidie, maar een administratieve en contractuele puzzel rond geladen stroom.

Dit moet je sowieso checken

Wie wil weten of de regeling straks iets kan betekenen, moet minder naar de auto kijken en meer naar de inrichting eromheen.

Check daarom in elk geval dit:

Dat geldt niet alleen voor thuis laden, maar juist ook voor gemengde zakelijke situaties. Zodra laadpaal, aansluiting, gebruiker en betaler niet meer bij dezelfde partij liggen, moet je voorkomen dat de techniek iets anders zegt dan het contract.

SituatieTelt mee of nietWie moet iets regelen?Aandachtspunt
Ondernemer laadt eigen auto aan huisIn principe welOndernemer zelf en inboekdienstverlenerMeting, koppeling aan aansluiting en registratie moeten kloppen
Ondernemer laadt op de zaakIn principe welOndernemer/bedrijfLaadstroom moet goed te onderscheiden zijn van ander verbruik
Laadpaal op werk ook gebruikt door derdenMogelijk, maar niet automatisch eenvoudigBedrijfGebruik, rechten en verdeling van waarde moeten contractueel duidelijk zijn
Werknemer laadt auto van de zaak thuisMogelijk, maar administratief gemengdWerkgever, werknemer en betrokken dienstverlenersVergoeding van stroom en ERE-waarde kunnen bij verschillende partijen uitkomen
Laden met eigen zonnestroom thuisNiet automatisch volledigGebruiker en inboekdienstverlenerThuis geldt niet vanzelf 100% hernieuwbaar voor eigen opwek

Wat nu vaststaat en wat nog niet

Wat nu vaststaat, is dat de regeling er komt. Voor ondernemers zit de echte vraag nu in de uitvoering: telt mijn laadstroom mee, via welke route loopt het inboeken en hoe zijn rechten en afspraken geregeld?

Voor kleinverbruikende ondernemers draait het vooral om meetbaarheid, contractkeuze en administratieve inrichting. Voor werkgevers met personeel met een auto van de zaak dat thuis laadt, komt daar de vraag bij hoe laadkosten, vergoedingen en eventuele ERE-waarde zich tot elkaar verhouden. En voor bedrijven met laadpalen op de bedrijfslocatie kan extra gebruik door medewerkers, klanten of andere derden financieel interessant zijn, mits registratie en afspraken goed zijn geregeld.

Dat houdt in dat je als ondernemer bij het nemen van een beslissing niet alleen moeten kijken of en hoe je kunt laden, maar vooral of je laadopzet, aansluiting en contracten slim genoeg zijn ingericht om daadwerkelijk van deze regeling te kunnen profiteren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *