Europese AI-verordening: wanneer moet je AI-gebruik melden?
De Europese AI-verordening (AI Act) is de eerste uitgebreide wet die regels stelt voor het gebruik en de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. De wet is van toepassing op bedrijven, overheden en andere organisaties die AI ontwikkelen of gebruiken.
De Europese AI-verordening is in 2024 aangenomen en wordt tussen 2025 en 2027 stapsgewijs ingevoerd. Sinds 2 februari 2025 zijn bepaalde AI-toepassingen al verboden en moeten organisaties ervoor zorgen dat hun personeel genoeg kennis heeft om AI op een verantwoorde manier te gebruiken.
Vanaf 2 augustus 2026 start de handhaving van de belangrijkste regels uit de AI-verordening, zoals de transparantieplicht. Al bestaat de mogelijkheid dat de invoering wordt uitgesteld tot december 2026.
De verplichtingen uit de wet gelden niet alleen voor grote techbedrijven en ontwikkelaars van AI-systemen. Ook kleinere ondernemers die AI-tools gebruiken in hun dagelijkse werkzaamheden kunnen met de wet te maken krijgen.
Dit betekent niet dat ondernemers nu op elke tekst een AI-vermelding moeten zetten. Voor veel dagelijkse toepassingen van AI, zoals het schrijven van conceptteksten of het genereren van ideeën, geldt geen algemene verplichting om AI-gebruik te vermelden. Wel kunnen voor bepaalde vormen van AI-gegenereerde content transparantieverplichtingen gelden.
Waarom deze wet?
De AI-verordening moet ervoor zorgen dat AI-systemen in Europa veilig, transparant en betrouwbaar worden ontwikkeld en gebruikt. Hoewel AI veel kansen biedt voor innovatie en efficiëntie, brengt het ook risico’s met zich mee.
Bestaande wetgeving, zoals de AVG, biedt al bescherming van persoonsgegevens, maar is volgens de Europese wetgever onvoldoende om alle AI-specifieke risico’s af te dekken. Denk daarbij aan:
- Inbreuk op grondrechten
- Misleiding van consumenten
- Discriminatie door algoritmes
- Ondoorzichtige besluitvorming
De AI-verordening moet deze risico’s beperken door strengere eisen te stellen aan de ontwikkeling, het gebruik en het toezicht op AI. De wet maakt onderscheid tussen vier categorieën: hoe groter het mogelijke risico voor mensen en samenleving, hoe strenger de regels.
1. Verboden AI
Sommige AI-systemen zijn niet toegestaan, bijvoorbeeld AI die mensen manipuleert of zonder toestemming volgt. Dit soort toepassingen vormen een onaanvaardbaar risico en zijn daarom volledig verboden.
2. AI met hoog risico
Daarnaast is er de categorie hoog-risico AI, waarbij het gaat om toepassingen die invloed hebben op belangrijke beslissingen, zoals sollicitaties, kredietbeoordelingen, rechtshandhaving of bepaalde toepassingen binnen de zorg en overheid. Deze AI-systemen kunnen grote impact hebben op veiligheid of grondrechten. Daarom gelden strenge eisen op het gebied van transparantie, controle en verantwoord gebruik.
3. AI met beperkt risico
Voor AI-systemen in deze categorie gelden vooral transparantieverplichtingen. Zo moet duidelijk zijn wanneer iemand te maken heeft met AI of AI-gegenereerde content.
Dit speelt bijvoorbeeld bij chatbots, virtuele assistenten en AI die content genereert, zoals teksten, beelden en video’s. Het doel is dat mensen direct kunnen herkennen wanneer zij interactie hebben met of kijken naar door AI gegenereerde output.
4. AI met minimaal risico
De meeste gangbare AI-tools die ondernemers dagelijks gebruiken vallen in deze categorie. Denk bijvoorbeeld aan ChatGPT, Copilot, Gemini en Claude.
Wanneer deze tools worden gebruikt voor algemene kantoorwerkzaamheden, vallen zij in de praktijk meestal onder toepassingen met een beperkt of minimaal risico. In dat geval gelden vanuit de AI-verordening nauwelijks extra verplichtingen.
Wat moet je melden en wat niet?
De wet kijkt niet naar het gebruik van AI op zichzelf, maar naar het type output dat je ermee maakt. Wie AI inzet voor bijvoorbeeld het schrijven van teksten, het maken van afbeeldingen of het genereren van video’s, kan te maken krijgen met transparantieverplichtingen.
In sommige gevallen moet je duidelijk vermelden dat AI is gebruikt. Of een vermelding verplicht is, hangt af van de manier waarop de content is gemaakt. Bij volledig door AI gegenereerde content is de verplichting strenger dan wanneer er menselijke redactie of bewerking heeft plaatsgevonden. Bij eenvoudige ondersteuning, zoals spellingcontrole of suggesties, is een vermelding meestal niet nodig.
Voor beeldmateriaal zijn de eisen strenger, vooral bij deepfakes. Die moeten altijd duidelijk herkenbaar zijn als AI-gegenereerd, behalve in specifieke wettelijke uitzonderingen. Bij meer creatieve of illustratieve toepassingen volstaat een zichtbare, maar minder prominente vermelding, zolang duidelijk is dat het om AI-content gaat.
In de praktijk hoeft transparantie niet ingewikkeld te zijn. Vaak volstaat een korte toelichting onder een artikel of post waarin staat dat AI (deels) is gebruikt. Op sociale media wordt regelmatig gewerkt met een simpele hashtag, zolang de aanduiding maar duidelijk en niet misleidend is.
Bij chatbots, AI-stemmen en andere interactieve toepassingen is de regel strenger: gebruikers moeten worden geïnformeerd dat zij met een AI-systeem communiceren.
Hoe bereid je je voor?
Als zzp’er of ondernemer hoeft de voorbereiding op de AI-verordening niet ingewikkeld te zijn. Het begint vooral met inzicht. Breng in kaart welke AI-tools je gebruikt en waarvoor je ze inzet. Kijk vervolgens welke rol AI precies speelt in je werk en bepaal in welke risicocategorie dat valt.
Daarna is het vooral een kwestie van transparant werken: zorg dat klanten en gebruikers begrijpen wanneer en hoe AI een rol speelt in jouw dienstverlening.