Kamermotie over eTimerregeling moet gebruikte EV van de zaak aantrekkelijker maken
De Tweede Kamer heeft het kabinet gevraagd om een voorstel uit te werken voor een eTimerregeling voor gebruikte elektrische leaseauto’s. Dat is voor ondernemers geen technisch fiscaal detail maar een dossier dat direct kan raken aan mobiliteitskosten, leasekeuzes en de beschikbaarheid van betaalbare elektrische occasions voor zakelijk gebruik.
Fiscale discussie krijgt zakelijke lading
De aanleiding ligt in de discussie over de versoberde youngtimerregeling. Op 31 maart 2026 nam de Kamer een motie aan van Pieter Grinwis en Henk-Jan Oosterhuis. Daarin staat onder meer dat moet worden afgezien van de geplande verhoging van de minimumleeftijd voor youngtimers van 16 naar 25 jaar in 2027. Ook staat in de motie dat het kabinet een eTimerregeling moet uitwerken.
Dat is vooral van belang voor bedrijven die kijken naar gebruikte elektrische auto’s als alternatief voor nieuwe leaseauto’s. Nu kan een EV van vijf jaar oud qua aanschafprijs of leaseprijs interessant zijn, terwijl de bijtelling nog steeds volledig gebaseerd is op de oorspronkelijke fiscale waarde. Zo raakt een gebruikte elektrische auto zakelijk al snel uit beeld.
Interessant voor mkb, wagenparken en zakelijke rijders
De discussie is vooral interessant voor ondernemers met een wagenpark, mkb-bedrijven die kostenbewust willen elektrificeren en werkgevers die medewerkers een betaalbare elektrische auto van de zaak willen aanbieden. Ook leasemaatschappijen en bedrijven die veel met ex-lease auto’s werken, hebben hier direct mee te maken.
De kern van het probleem is simpel. Een gebruikte EV kan in een paar jaar flink in waarde dalen, maar de bijtelling beweegt daar niet automatisch in mee. Daardoor kan een oudere elektrische auto fiscaal onaantrekkelijker uitpakken dan de marktwaarde doet vermoeden. Dat is precies het gat dat de eTimerregeling zou moeten dichten, net zoals de youngtimerregeling dat met oudere brandstofauto’s doet.
Export van ex-lease EV’s speelt ondernemers parten
Voor ondernemers speelt nog iets anders mee. Als gebruikte elektrische auto’s hier fiscaal niet aantrekkelijk genoeg zijn, verdwijnen ze sneller naar het buitenland. In de eerste helft van 2025 werden bijna 20.000 elektrische auto’s geëxporteerd, ruim twee keer zoveel als een jaar eerder.
Voor de zakelijke markt betekent dat minder aanbod van elektrische occasions die juist interessant kunnen zijn voor bedrijven die niet in een nieuwe EV willen of kunnen stappen. Denk aan kleinere ondernemers, dienstverleners met regionale dekking of bedrijven die hun wagenpark stapsgewijs willen vergroenen zonder direct op nieuwkoop uit te komen.
Voorstel ligt er, regeling nog niet
De eTimerregeling is nog niet definitief. Het initiatief kwam uit de sector en lag bij Wouter van Embden van Stichting Autobelangen. De Tweede Kamer heeft het kabinet nu gevraagd om daar een voorstel van te maken.
In het model dat nu rondgaat, zouden elektrische auto’s ouder dan 60 maanden niet meer op de oude nieuwwaarde worden belast, maar op hun actuele waarde, bijvoorbeeld via een afschrijvingstabel. Dat zou gebruikte EV’s voor zakelijk gebruik een stuk logischer kunnen maken, al is nog niet besloten hoe die waardering er precies uit moet zien.
Waarom je dit als ondernemer in de gaten moet houden
De praktische betekenis zit vooral in de planning. Ondernemers die dit jaar of komend jaar nadenken over de verduurzaming van hun wagenpark, elektrische occasions, verlenging van leasecontracten of vervanging van poolauto’s, doen er goed aan dit onderwerp te volgen.
Niet omdat de regeling er al is, maar omdat een andere bijtellingsbasis de businesscase van gebruikte EV’s behoorlijk flink kan veranderen. Voor veel bedrijven hoeft de winst niet direct in techniek of modelkeuze te zitten, maar ook in een lagere drempel om een gebruikte elektrische auto zakelijk in te zetten.
De volgende stap ligt nu bij het kabinet, dat vóór de zomer met opties moet komen voor een geleidelijk pad binnen de youngtimerregeling én tegelijk moet laten zien hoe het de eTimerregeling wil uitwerken. Pas dan wordt duidelijk of dit voor ondernemers echt uitgroeit tot een bruikbaar fiscaal instrument.