Wet rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst aangenomen: gevolgen voor zzp’ers en opdrachtgevers

Wet rechtsvermoeden

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De nieuwe wet moet zzp’ers met een laag uurtarief beter beschermen tegen schijnzelfstandigheid. Naar verwachting treedt de maatregel op 1 januari 2027 in werking.

De nieuwe wet introduceert een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor zzp’ers die minder dan ongeveer € 38 per uur verdienen. Dit bedrag geldt als peildatum per 1 januari 2026 en is gekoppeld aan de ontwikkeling van het minimumloon. Daardoor wordt de grens jaarlijks aangepast. Bij de verwachte invoering van de wet op 1 januari 2027 zal het bedrag waarschijnlijk uitkomen op € 39.

Met deze tariefgrens wil het kabinet zelfstandigen beschermen die tegen relatief lage tarieven werken en mogelijk dezelfde werkzaamheden verrichten als werknemers in loondienst. Volgens de regering hebben deze werkenden vaak minder ruimte om zelf voorzieningen te treffen voor bijvoorbeeld ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw.

Rechtsvermoeden bij laag uurtarief

Verdien je als zelfstandige minder dan deze grens? Dan kun je straks makkelijker een beroep doen op het vermoeden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever moet vervolgens bewijzen dat de samenwerking écht zelfstandig is ingericht.

Als dat niet lukt, krijgt de werkende de bescherming van een werknemer, waaronder het recht op vakantiegeld, doorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en pensioenopbouw.

De regering verwacht dat de wet ook preventief effect heeft. Doordat opdrachtgevers mogelijk moeten aantonen dat iemand daadwerkelijk zelfstandig werkt, zullen zij vooraf beter moeten beoordelen of een samenwerking juridisch houdbaar is. Daarmee moet de maatregel voorkomen dat werkenden langdurig in een kwetsbare positie terechtkomen door een constructie die feitelijk lijkt op loondienst.

Geen minimumtarief voor zzp’ers

De wet betekent niet dat een laag uurtarief straks verboden is. Ook is het uitdrukkelijk geen minimumtarief. Zelfstandigen mogen nog steeds zelf afspraken maken met opdrachtgevers over hun vergoeding.

Bovendien word je niet automatisch werknemer zodra je uurtarief onder de grens ligt. De rechter blijft kijken naar de volledige situatie, zoals de mate van zelfstandigheid, de manier waarop het werk wordt gedaan en of je ondernemersrisico’s loopt. De inhoudelijke beoordeling blijft gebaseerd op eerdere uitspraken van de Hoge Raad, waaronder de zaken rond Uber en Deliveroo.

Dus is jouw uurtarief € 38 of minder? Dan kun je nog steeds gewoon zzp’er zijn als je daar tevreden mee bent. Maar wil je liever in loondienst werken? Door de nieuwe maatregel kun je makkelijker aantonen dat je met een laag uurtarief eigenlijk werknemer bent. Als je opdrachtgever je niet in dienst wilt nemen, kun je naar de rechter stappen.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Voor opdrachtgevers betekent de nieuwe wet dat het belangrijker wordt om kritisch te kijken naar de manier waarop zzp’ers worden ingehuurd. Vooral bij lagere tarieven kan het risico ontstaan dat de rechter een samenwerking achteraf ziet als een arbeidsovereenkomst. Dit kan betekenen dat een opdrachtgever iemand in dienst moet nemen, maar alleen als de werkende daar zelf een beroep op doet.

Voor zelfstandigen verandert er voorlopig weinig als zij tevreden zijn met hun uurtarief en de samenwerking met opdrachtgevers goed verloopt. Een laag uurtarief is niet verboden en zzp’ers blijven vrij om zelf afspraken te maken over hun vergoeding. Wel kan de nieuwe wet aanleiding zijn om kritisch naar het eigen tarief te kijken. Door een hoger uurtarief af te spreken, valt een zelfstandige buiten de tariefgrens waarop het rechtsvermoeden van toepassing is.

De maatregel is vooral bedoeld als extra bescherming voor zzp’ers die vinden dat hun werkzaamheden meer lijken op loondienst dan op zelfstandig ondernemerschap. Zij krijgen straks een sterkere juridische positie om dat aan te tonen.

Rechtsvermoeden op initiatief van zzp’er

Belangrijk is dat alleen de werkende zelf, of iemand die namens deze persoon optreedt, een beroep kan doen op het rechtsvermoeden. Instanties zoals de Belastingdienst, Arbeidsinspectie en het UWV krijgen geen directe bevoegdheid om de regeling toe te passen. Wel wordt onderzocht of de Arbeidsinspectie op termijn een rol kan krijgen bij toezicht op situaties rond de tariefgrens.

De bredere Zelfstandigenwet, die meer duidelijkheid moet geven over het inhuren van zzp’ers, wordt volgens minister Aartsen op zijn vroegst per 1 januari 2028 verwacht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *